Ventilatie

Ventilatie

Voor het behoud van een goed stalklimaat is het nodig om de lucht continu te verversen. Dit voert de overtollige gassen (CO2, NH3), vocht en in de zomer ook warmte af. Het ventilatiedebiet dient afgestemd te worden op het soort dier en hun gewicht.

Voor de maximale ventilatie wordt 3,6 m³ per uur per kg levend gewicht vooropgesteld. De vereiste minimumventilatie bedraagt 0,7 à 1,0 m³ per kg levend gewicht afhankelijk van de temperatuur en vochtigheid van de buitenlucht.
De ventilatie dient traploos regelbaar te zijn tussen minimum en maximum ventilatie door een goede combinatie van regelbare en aan/uit-ventilatoren.

Om de lucht te verversen wordt gebruik gemaakt van ventilatoren die de lucht afzuigen uit de stal. Voor een goede luchtverdeling in de stal is vooral de luchtinlaat bepalend, een goede afstelling is essentieel. Daarnaast moeten het ventilatiesysteem, de ventilatoren en de klimaatregelaar goed op elkaar afgestemd en correct ingesteld zijn om zo weinig mogelijk energie te verbruiken en toch voor voldoende verluchting te zorgen.

De werkgroep ‘Klimaatplatform Pluimveehouderij (NL)’ heeft een aantal algemene richtlijnen opgesteld, deze zijn te raadplegen op de website van 'Livestock research Wageningen UR'.  
 

Besparende tips:

Regeling met meetwaaier en smoorunit
Het is heel belangrijk om het werkelijke ventilatiedebiet goed te kennen, dit is nodig om een goed stalklimaat te bekomen met zo weinig mogelijk onnodig warmteverlies. Met behulp van een meetwaaier kunnen we het ventilatiedebiet meten met een nauwkeurigheid van ca. 5%. Vaak wordt een meetwaaier gecombineerd met een automatische smoorunit, waarmee de grootte van de doorgang van de ventilatielucht kan worden geregeld. Dit laat toe om het ventilatiedebiet verder terug te dringen en ook nauwkeuriger te bepalen.

Laat de ventilatoren draaien op een hoger toerental
Bij minimumventilatie hoef je niet alle ventilatoren te laten draaien. Vooral bij vleeskuikens is de ventilatiebehoefte in de eerste dagen van de ronde heel laag, nl. slechts 1 à 2 % van de totale ventilatiecapaciteit. Bij lage capaciteit is het werkelijk debiet van een ventilator niet goed gekend en te regelen, bovendien is ook het effect van windinvloeden dan groter.
Je kan dus best starten met één of enkele ventilatoren die aan een hoger toerental draaien en pas na enkele weken de andere ventilatoren (automatisch) bijschakelen. Dit is veel energiezuiniger, en bovendien ken je het werkelijke ventilatiedebiet dan beter.

Onderhoud van de ventilator
Wanneer aan de ventilatorbladen veel vuil kleeft, is er meer energie nodig om de ventilator te laten draaien. Controleer ook geregeld op slijtage. Stroef draaiende ventilatoren verbruiken meer energie en hebben een lager ventilatiedebiet. Regelmatig schoonmaken en een goed onderhoud laten je toe om energie te sparen.


 

Wist je dat je energie kan besparen door:

 1. een optimale ventilator te kiezen
Kies de meest energie-efficiënte ventilator. Men kan de gegevens van verschillende fabrikanten niet altijd direct vergelijken omdat ventilatoren op verscheidene manieren kunnen getest worden. Er bestaan standaarden om ventilators door te meten waarbij alle extra onderdelen op de ventilator aanwezig zijn (bv. luiken/afschermkleppen of 'shutters', uitstroomring/geleidende luchtuitlaat of 'discharge cone'). De zo bekomen meetgegevens zijn ventilatorefficiënties die aangeven welk luchtdebiet verplaatst wordt per Watt elektriciteit bij een welbepaalde tegendruk in de stal. Wanneer er niet genoeg meetgegevens aanwezig zijn om een ventilator te kiezen, kunnen volgende veralgemeningen helpen:
• Een grote diameter is meestal efficiënter dan een kleinere. Er zal meer lucht verplaatst worden met een lager globaal energieverbruik.
• Voor elk volume is het efficiënter om een paar grote ventilatoren te plaatsen i.p.v. vele kleine.
• Wanneer twee ventilatoren bijna compleet dezelfde specificaties hebben dan is de ventilator met de kleinste nominale stroom meestal de meest efficiënte.
• Verkies bij wisselstroomventilatoren een frequentiegestuurde i.p.v. een triac-gestuurde: deze heeft een betere energie-efficiëntie bij lagere toerentallen en kan leiden tot een besparing tot 40%.
• Gebruik ON/OFF ventilatoren (doorgaans ¾) in combinatie met frequentie geregelde ventilatoren (doorgaans ¼) voor vleeskuikens. Over de volledige cyclus kan het stalverbruik bij gebruik van deze combinatie 25% lager liggen.
• Gebruik gelijkstroomventilatoren waar mogelijk. Deze leveren een energiebesparing tussen 30% en 40%.
Sommige efficiëntere oplossingen zullen een hogere aankoopprijs hebben. Deze meerprijs wordt binnen de 3 à 4 jaar terugverdiend door besparingen in het verbruik (Animal Sciences Group Wageningen UR).


2. de ventilatorsturing intelligent in te stellen
• Stel de vraagtemperatuur correct (dus zeker voldoende hoog) in. Vraag indien nodig hulp aan je installateur. Als de vraagtemperatuur te laag is ingesteld, wordt er te veel geventileerd.
• Stel de bandbreedte in op 5 °C bij een buitentemperatuur van 15 °C. Bij een lagere buitentemperatuur mag de bandbreedte met 0,1 °C verhoogd worden per graad dat de buitentemperatuur afwijkt van 15°C. Bij een hoge buitentemperatuur mag de bandbreedte verkleind worden met 0,1 °C / °C dat het buiten warmer is dan 15°C.
• De bandbreedte bepaalt de 'gevoeligheid' van de ventilator. Met een korte bandbreedte reageert de ventilator zeer snel op een temperatuurstijging. Dit is niet goed voor het stalklimaat. Er ontstaan zo te veel schommelingen in de ventilatie.
• Bereken de ventilatiebehoefte op het gemiddelde gewicht van de dieren in de stalafdeling en stel het ventilatiedebiet hierop in.
• Een klimaatadviseur raadplegen is zeker aan te raden.


3. de ventilator en toebehoren goed te onderhouden
- Controleer geregeld of de temperatuursvoelers nog correct werken. Dit doe je door er een thermometer naast te hangen, deze goed uit te lezen en te vergelijken met de waarde die de sensor aangeeft.
- Kijk of de temperatuursvoeler correct geplaatst is.
- Onderhoud de ventilator (schoepen, kanalen) goed en regelmatig. Verwijder overtollig vuil en stof. Slecht onderhouden ventilatoren kunnen leiden tot een afname van de efficiëntie met 50% (ASABE). Een ventilator moet minstens om de 3 maanden worden nagekeken. Volg de onderhoudsinstructies van de installateur. Ga ook na of de lagers van de schoepen nog vlot werken: zet de ventilator uit en draai aan de schoepen. Smeer indien nodig en vervang onderdelen waar nodig.
- Kijk de spanning en de uitlijning van de riem regelmatig na bij ventilatoren die gebruik maken van een riemoverbrenging.
- Sluit de motor direct aan op de ventilator indien mogelijk. Op die manier beperk je het energieverlies bij de krachtoverdracht tussen de ventilator en de motor tot een minimum. Zo zijn ventilatoren met riemoverbrenging minder efficiënt.
- Plaats een uitstroomring / geleidende luchtuitlaat aan de uitlaat van de ventilator. Deze zorgt ervoor dat de lucht de ventilator kan verlaten met minder turbulentie. Op die manier kan de energie-efficiëntie met 15% verhoogd worden.
- Onderhoud eventuele afschermkleppen of luiken op stilstaande ventilatoren goed. Sommige ventilatoren moeten niet continu werken. Wanneer deze stilstaan kunnen ze worden afgesloten met afschermkleppen of luiken om wind en regen tegen te houden. Deze afschermkleppen of luiken kunnen bediend worden via een motor of gaan gewoon open wanneer de ventilator er lucht tegen blaast. Afschermkleppen of luiken verlagen de efficiëntie met 2 tot 25%, variërend naargelang ze ongestuurd zijn of bij slecht onderhoud door het vuil vastlopen (ASAE EP566, 2008). Zorg er dus voor dat deze altijd vlot kunnen bewegen.

4. te waken over een aantal basisprincipes
- Kijk na of je niet overventileert! Dit is een veel voorkomend probleem. Een ventilator verbruikt meer energie naarmate het te verversen volume groter wordt.
- Hou rekening met de normen voor de oppervlakte van de luchtinlaat, namelijk 2 cm² per m³/u debiet. Sluit indien nodig een deel van de inlaat af. Voorzie zeker een voldoende grote inlaatopening anders wordt de weerstand die de ventilator moet overbruggen te groot en dan kan een gezond binnenklimaat niet voldoende verzekerd worden.
Stel dat je ventilatiebehoefte 3000 m³/h is. Bij klepventilatie (3 kleppen van elk 1 m breed) betekent dit dat iedere klep ongeveer 20 cm moet openstaan. Als je deze openingen te klein maakt, zal je ventilator meer tegendruk ondervinden en dus meer verbruiken.
- Plaats een meetwaaier die het ventilatiedebiet nauwkeurig meet (ca. 5% nauwkeurigheid) om de regelaar aan te sturen. Het juiste ventilatiedebiet is van belang voor een goed stalklimaat en om zo min mogelijk onnodig warmte te verliezen. Vaak wordt een meetwaaier gecombineerd met een automatische smoorunit, waarmee de grootte van de doorgang van de ventilatielucht kan worden geregeld. Hiermee kan het ventilatiedebiet nog nauwkeuriger geregeld worden.


5. mogelijke extra maatregelen te nemen bij nieuwbouw of renovatie
- Conditioneren van de inkomende lucht laat toe het energieverbruik te verminderen. De maximale ventilatiecapaciteiten kan dan verlaagd worden.

Referenties
Richtlijnen klimaatinstellingen pluimvee 2008-2010. Klimaatplatform pluimveehouderij, Livestock Research Wageningen UR, Nederland.  

www.livestockresearch.wur.nl/NL/Proefbedrijven/Pluimveeproefbedrijf_Het_Spelderholt/SpelderholtleafletsKlimaatplatformPluimveehouderij/