Homepage

Wat is de levensduur van PV-panelen?

Aangezien er geen bewegende delen zijn kan er weinig stukgaan aan de panelen. De levensduur wordt dan ook op minstens 30 jaar geschat. De productie neemt wel lichtjes af, maximaal 20% op 25 jaar (dat is de gegarandeerde opbrengst door de fabrikant).

top

Kunnen de PV-cellen als dakbedekking gebruikt worden?

Ja, de PV systemen kunnen de dakbedekking vervangen en als water- en winddichte dakhuid fungeren. Dakintegratie vereist een gedetailleerde afwerking om waterinfiltratie te voorkomen (cfr velux ramen).

top

Wat is het gewicht van de PV-panelen?

De panelen wegen ongeveer 10 kg per m².

top

Hoe wordt de verkoop van het productie-overschot contractueel geregeld?

Indien gewenst kan een contract afgesloten worden met de leverancier. Er dient wel een extra meter aangebracht te worden (een extra aansluitpunt voor de netbeheerder).

top

Is er een probleem met corrosie van PV-panelen door ammoniak (stallen)

Ja, aangezien ammoniak een corrosieve werking hebben op aluminium mogen de PV-panelen niet in contact komen met deze dampen. Indien de collectoren op het dak van de stallen liggen zou er geen probleem mogen zijn, maar dakintegratie is geen goed idee voor dergelijke stallen.

top

Zijn er extra verzekeringskosten?

Ja, er is een kleine kost voorzien voor een extra verzekering.

top

Trekken PV-panelen de bliksem aan, en indien ja, welke maatregelen dienen dan genomen te worden?

Er wordt een bliksemafleider voorzien in de installatie.

top

Wat is het verschil tussen kWp en kW?

De aanduiding kWp duidt op het geproduceerde vermogen bij een zoninstraling van 1000 W/m².

top

Hoe moet u uw meterstand doorgeven in de certificatendatabank? (bron: www.vreg.be)

U moet als eigenaar van zonnepanelen met een AC-vermogen kleiner dan 10 kW, zelf de meterstand doorgeven in de certificatendatabank van de VREG. Het gaat om de meterstand van de meter die de opbrengst van uw zonnepanelen registreert. Op basis van deze meterstand worden door de VREG groenestroomcertificaten voor uw installatie aangemaakt.

Wij vragen u om uw meterstand pas door te geven wanneer uw zonnepanelen minstens 1.000 kWh bijkomend hebben geproduceerd. Het heeft geen zin uw meterstand sneller door te geven, dus vooraleer 1.000 kWh bijkomend werd geproduceerd, omdat dit ons informaticasysteem enorm belast. De VREG valideert elke door u doorgegeven meterstand alvorens deze goed te keuren. Dit heeft geen meerwaarde als de door u doorgegeven meterstand niet resulteert in een bijkomend groenestroomcertificaat, en 1 groenestroomcertificaat is gelijk aan 1.000 kWh bijkomende productie.

Het is echter niet zo dat u uw meterstand moet doorgeven op het moment dat exact 1.000 kWh bijkomend werd geproduceerd ten opzichte van de laatst doorgegeven meterstand. Een eventueel ‘overschot’ aan productie wordt bewaard door de databank en mee in rekening gebracht bij de volgende meterstand die u doorgeeft.

U ontvangt een volgend groenestroomcertificaat zodra u een meterstand doorgeeft die minstens gelijk is aan:
(uw laatst goedgekeurde meterstand – beginmeterstand – overschot + 1.000) kWh

De VREG controleert vervolgens of de door u doorgegeven meterstand realistisch is. Als u een meterstand probeert in te geven die de hoeveelheid elektriciteit die een installatie zoals de uwe normaal produceert, overstijgt, wordt deze meterstand niet geaccepteerd. U ziet als opmerking bij uw meterstand verschijnen “meterstand na te kijken”.

De VREG zal vervolgens oordelen wat er moet gebeuren. Mogelijks blijkt de doorgegeven meterstand toch haalbaar voor uw installatie. In dat geval zal uw meterstand binnen enkele weken alsnog worden goedgekeurd. Als de VREG de doorgegeven meterstand niet realistisch acht, of als er een ander probleem blijkt te zijn, zal u door de VREG gecontacteerd worden. In beide gevallen moet u zelf niets doen.

De controle of de meterstand die u doorgeeft haalbaar is voor zonnepanelen van een bepaald vermogen, gebeurt op basis van het vermogen dat de VREG heeft genoteerd voor uw installatie. Dit kan u terugvinden in de certificatendatabank, onder Installaties > Lijst installaties.
Kijk alvast na of het vermogen dat hier staat, inderdaad het correcte vermogen is van uw zonnepanelen. De VREG vermeldt in de databank het maximaal AC-vermogen na de omvormer (uitgedrukt in kW), en dus niet het piekvermogen (uitgedrukt in kWp). Het gaat om het vermogen van de omvormer(s), en niet om het vermogen van de panelen zelf.

Als u vaststelt dat voor uw zonnepanelen een verkeerd vermogen is bewaard, kan u via e-mail naar certificatenbeheer@vreg.be laten weten wat het correcte maximaal AC-vermogen na de omvormer is. Na ontvangst van deze gegevens zal het vermogen van uw installatie aangepast worden in de certificatendatabank.

Vermeld in uw e-mail altijd duidelijk over welke installatie het gaat: noteer uw volledige naam en adres en het nummer van de installatie. Het nummer is van de vorm PVXXXXXXX of PVZXXXXXX en kan u terugvinden in de brief waarin de goedkeuring van uw aanvraag werd gemeld
 

top