LED-belichting
groeilicht versus stuurlicht
In de tuinbouw is het gebruik van kunstlicht erop gericht om de kwantiteit en/of kwaliteit van het ingestraalde licht te verbeteren. In functie van de toepassing wordt een onderscheid gemaakt tussen groeilicht (assimilatiebelichting) en stuurlicht.
Groeilicht of assimilatiebelichting
Tijdens de wintermaanden is er meestal een tekort aan
licht zodat voor diverse gewassen het vereiste minimum niet
wordt bereikt en de groei en kwaliteit negatief beïnvloed worden.
Wanneer het ingestraalde zonlicht tekort schiet voor de gewenste
groei of productie, kan met een belichtingsinstallatie in de kas
het natuurlijk licht worden aangevuld. Hiermee kunnen hogere
groeisnelheden, kortere teeltduur en een verbetering van de
kwaliteit worden beoogd. Voor deze toepassing worden lamptypes met
hoge vermogens zoals hogedruknatriumlampen gebruikt.
Fotoperiodische belichting
Bepaalde ontwikkelingsfasen van de plant (vb.
bloemaanleg, knolvorming en het in rust gaan van de plant) zijn
afhankelijk van de duur van de dag of de nacht. Door de daglengte
te manipuleren kunnen deze ontwikkelingen vertraagd, verhinderd of
gestimuleerd worden.
Dagverlenging gebeurt doorgaans met behulp van gloeilampen of
spaarlampen. Het gebruik van gloeilampen resulteert
in lage lichtintensiteiten (1 tot 2 µmol/m²s). Het
gebruik van gloeilampen of spaarlampen zal in tegenstelling
tot hogedruknatriumlampen geen extra bijdrage leveren voor de
fotosynthese.
Light Emitting Diodes (LEDs)
Leds kennen steeds meer toepassing. Ook in de tuinbouw werd in 2007 het startschot gegeven voor heel wat experimenten.
LEDs produceren licht volgens een ander natuurlijk principe als de gangbare lichtbronnen. Bij een gloeilamp gaat het om een gloeiende draad en bij TL-verlichting en natriumlampen om gasontladingen, waarbij een elektrische stroom door een gasmengsel van (meestal) argon en een metaaldamp (vaak natrium of kwik, opgesloten in een glazen buis) en dit gas tot ‘gloeien’ brengt. Bij LEDs is het lichtgevende element een halfgeleiderchip, waarin zich twee gebieden bevinden: een “p-gebied” met een overschot aan positieve en een “n-gebied” met een overschot aan negatieve ladingsdragers. Als er een stroom door de p-n overgang loopt, wordt er (op basis van een complex quantum-fysisch verschijnsel) licht uitgezonden. Het licht bestaat nagenoeg uit één kleur (het is monochromatisch). De kleur (golflengte) van het licht hangt af van het geleidermateriaal; Tegenwoordig zijn er LEDs verkrijgbaar in kleuren verdeeld over het hele spectrum.
Daar rode fotonen in principe met minder energie kunnen worden geproduceerd dan andere kleuren, is het uit energetisch oogpunt (uitgaande van lichtbronnen met een gelijk ‘quantumrendement’) het meest aantrekkelijk om met rood licht te belichten. Om overmatige strekkingsgroei te voorkomen kan het nodig zijn additioneel blauw licht bij te suppleren (een en ander afhankelijk van het gewas, de duur van de belichting en de hoeveelheid blauw licht die al via het zonlicht ontvangen is).
Door gemis aan stralingswarmte blijken toepassingen met leds in
vele gevallen te leiden tot een hoger energieverbruik om de serre
op temperatuur te houden. Hybride-toepassingen, combinatie
hogedruknatrium met Leds, lijken hier een beter alternatief.
Alvorens de Leds alom toe te passen in de tuinbouw, dienen er
echter nog heel wat teelttechnische vragen opgelost te worden.

















