Ventilatie
Gemiddeld energieverbruik
Het doel van ventilatie is verse lucht aanvoeren en gebruikte
lucht (en warmte in de zomer) afvoeren. Voor elk varkenstype
bestaan minimum en maximum ventilatienormen waarop u uw
klimaatcomputer best kan afstemmen.
Tabel: klimaatinstellingen voor varkensstallen met meetwaaier en
automatische regelklep
Types ventilatie
Er bestaan heel wat verschillende types van mechanische ventilatie, uitleg hierover kan je in de link hieronder terugvinden
Verschillende types
Luchtafvoer via ventilatoren
Om te zorgen voor ventilatie zijn er verschillende elementen noodzakelijk. Er moeten ventilatoren geplaatst worden, een regelkast moet voorzien worden en er moet een specifiek ventilatiesysteem gekozen worden. Deze drie elementen moeten goed op elkaar afgestemd worden om zo weinig mogelijk energie te verbruiken en toch voor voldoende ventilatie te zorgen.
Besparende tips:
Regeling met meetwaaier en smoorunit
Het juiste ventilatiedebiet is van belang voor een goed stalklimaat
en zo min mogelijk onnodig warmteverlies. Een meetwaaier kan het
ventilatiedebiet meten met een onnauwkeurigheid van maximaal 5%.
Vaak wordt een meetwaaier gecombineerd met een automatische
smoorunit, waarmee de grootte van de doorgang van de
ventilatielucht kan worden geregeld. Hiermee kan het
ventilatiedebiet nog meer worden geminimaliseerd, dan met een
toerregeling mogelijk is. Ook is het minimaliseren van
windinvloeden in veel gevallen mogelijk.
Schoonmaken van ventilatorbladen
Het schoonmaken van de ventilatorbladen is een element dat vaak vergeten wordt. Nochtans kan dit zorgen voor een mooie energiebesparing!
Het gebruik van een frequentieregeling
De frequentieregeling kan op twee manieren worden toegepast:
- Eén frequentieregeling voor een aantal ventilatoren in verschillende afdelingen. De hoogstvragende afdeling bepaalt het toerental van alle ventilatoren en in afdelingen met minder ventilatievraag wordt de luchttoevoer gesmoord.
- Per afdeling de ventilatoren voorzien van een eigen frequentieregeling. Hiermee is het toerental van elke ventilator exact afgestemd op de ventilatievraag.
- Elke afdeling is voorzien van een meetwaaier, die de klimaatregeling aanstuurt.
Meetcampagne
-
Samenvatting ADLO-project Enervent
(210 KB)
Wist je dat je energie kan besparen door
1. een optimale ventilator te kiezen
- Kies de meest energie-efficiënte ventilator. Men kan de gegevens van verschillende fabrikanten niet altijd direct vergelijken omdat ventilatoren op verscheidene manieren kunnen getest worden. Er bestaan standaarden om ventilators door te meten waarbij alle extra onderdelen op de ventilator aanwezig zijn (bv. luiken/afschermkleppen of 'shutters', uitstroomring/geleidende luchtuitlaat of 'discharge cone'). De zo bekomen meetgegevens zijn ventilatorefficiënties die aangeven welk luchtdebiet verplaatst wordt per Watt elektriciteit bij een welbepaalde tegendruk in de stal. Wanneer er niet genoeg meetgegevens aanwezig zijn om een ventilator te kiezen, kunnen volgende veralgemeningen helpen:
- Een grote diameter is meestal efficiënter dan een kleinere. Er zal meer lucht verplaatst worden met een lager globaal energieverbruik.
- Voor elk volume is het efficiënter om een paar grote ventilatoren te plaatsen i.p.v. vele kleine.
- Wanneer twee ventilatoren bijna compleet dezelfde specificaties hebben dan is de ventilator met de kleinste nominale stroom meestal de meest efficiënte.
- Verkies bij wisselstroomventilatoren een frequentiegestuurde i.p.v. een triac-gestuurde: deze heeft een betere energie-efficiëntie bij lagere toerentallen en kan leiden tot een besparing tot 40%.
- Gebruik ON/OFF ventilatoren (doorgaans ¾) in combinatie met frequentie geregelde ventilatoren (doorgaans ¼) voor vleeskuikens. Over de volledige cyclus kan het stalverbruik bij gebruik van deze combinatie 25% lager liggen dan bij een stal die enkel met ON/OFF ventilatoren werkt.
- Gebruik gelijkstroomventilatoren waar mogelijk. Deze leveren een energiebesparing tussen 30% en 40%.
Sommige efficiëntere oplossingen zullen een hogere aankoopprijs hebben. Deze meerprijs wordt binnen de 3 à 4 jaar terugverdiend door besparingen in het verbruik (Animal Sciences Group Wageningen UR).
Onderstaande tabellen geven de besparingen weer die gerealiseerd werden in bestaande stallen door toepassing van deze aandachtspunten.
2. de ventilatorsturing intelligent in te stellen
- Stel de vraagtemperatuur correct (dus zeker voldoende hoog) in. Vraag indien nodig hulp aan je installateur. Als de vraagtemperatuur te laag is ingesteld, wordt er te veel geventileerd. Veelgebruikte richtwaarden zijn deze van de universiteit van Wageningen1:
- Verhoog de vraagtemperatuur in de stal 's zomers met 1°C ten opzichte van 's winters.
- Stel de bandbreedte in op 5 à 6°C. De bandbreedte bepaalt de 'gevoeligheid' van de ventilator. Met een korte bandbreedte reageert de ventilator zeer snel op een temperatuurstijging. Dit is niet goed voor het stalklimaat. Er ontstaan zo te veel schommelingen in de ventilatie.
- Stel de neutrale zone verwarming in op 2°C.
- Bereken de ventilatiebehoefte op het gemiddelde gewicht van het compartiment en stel deze waarde in.
- Een klimaatadviseur raadplegen is zeker aan te raden.
3. de ventilator en toebehoren goed te onderhouden
- Controleer geregeld of de temperatuursvoeler voor de sturing van de ventilator nog correct werkt. Dit doe je door er een thermometer naast te hangen, deze goed uit te lezen en te vergelijken met de waarde die de sensor aangeeft.
- Kijk of de temperatuursvoeler correct geplaatst is (zie technische fiches van de Universiteit van Wageningen via volgende links: voergangventilatie, luchtinlaatventielen, plafondventilatie, grondkanaalventilatie, en combi- en buisventilatie)
- Onderhoud de ventilator (schoepen, kanalen) goed en regelmatig en verwijder overtollig vuil en stof. Slecht onderhouden ventilatoren kunnen leiden tot een afname van de efficiëntie met 50% (ASABE). Een ventilator moet minstens om de 3 maanden worden nagekeken. Volg de onderhoudsinstructies van de installateur. Ga ook na of de lagers van de schoepen nog vlot werken: zet de ventilator uit en draai aan de schoepen. Smeer indien nodig.
- Kijk de spanning en de uitlijning van de riem na indien er gebruik gemaakt wordt van een riemoverbrenging.
- Onderhoud aanwezige luchtwassers grondig en spoel voldoende om zo weinig mogelijk stofophoping te krijgen. Bevuiling van de wassers verhoogt de weerstand voor de lucht die erdoor moet, en vergt meer energie van de ventilator. Je kan dit goed opvolgen door drukmeettoestellen te installeren voor en na de luchtwasser en zo het drukverschil over het waspakket te controleren.
- Sluit de motor direct aan op de ventilator indien mogelijk. Op die manier beperk je het energieverlies bij de krachtoverdracht tussen de ventilator en de motor tot een minimum. Zo zijn ventilatoren met riemoverbrenging minder efficiënt.
- Plaats een uitstroomring/geleidende luchtuitlaat aan de uitlaat van de ventilator. Deze zorgt ervoor dat de lucht de ventilator kan verlaten met minder turbulentie. Op die manier kan de energie-efficiëntie met 15% verhoogd worden.
- Onderhoud eventuele afschermkleppen of luiken op stilstaande ventilatoren goed. Sommige ventilatoren moeten niet continu werken. Wanneer deze stilstaan kunnen ze worden afgesloten met afschermkleppen of luiken om wind en regen tegen te houden. Deze afschermkleppen of luiken kunnen bediend worden via een motor of gaan gewoon open wanneer de ventilator er lucht tegen blaast. Afschermkleppen of luiken verlagen de efficiëntie met 2 tot 25%, variërend naargelang ze ongestuurd zijn of bij slecht onderhoud door het vuil vastlopen (ASAE EP566, 2008). Zorg er dus voor dat deze altijd vlot kunnen bewegen.
4. te waken over een aantal basisprincipes
- Kijk na of je niet overventileert! Dit is een veel voorkomend probleem. Een ventilator verbruikt meer energie naarmate het te verversen volume groter wordt.
- Hou rekening met de normen voor de oppervlakte van de luchtinlaat, namelijk 2 cm² per m³/u debiet. Sluit indien nodig een deel van de inlaat af. Voorzie zeker een voldoende grote inlaatopening of de weerstand die de ventilator moet overbruggen wordt te groot en een gezond binnenklimaat kan niet voldoende verzekerd worden.
Stel dat je ventilatiebehoefte 3000m³/h is. Bij klepventilatie (3 kleppen van elk 1m breed) betekent dit dat iedere klep ongeveer 20 cm moet openstaan. Als je deze openingen te klein maakt, zal je ventilator meer tegendruk ondervinden en dus meer verbruiken.
- Plaats een meetwaaier die het ventilatiedebiet nauwkeurig meet (typisch slechts 5% onnauwkeurigheid) om de regelaar aan te sturen. Het juiste ventilatiedebiet is van belang voor een goed stalklimaat en om zo min mogelijk onnodig warmte te verliezen. Vaak wordt een meetwaaier gecombineerd met een automatische smoorunit, waarmee de grootte van de doorgang van de ventilatielucht kan worden geregeld. Hiermee kan het ventilatiedebiet nog meer worden geminimaliseerd, dan met een toerregeling mogelijk is.
5. extra maatregelen te nemen bij nieuwbouw of renovatie
- Conditioneer de inkomende lucht om zo gereduceerde maximale ventilatiecapaciteiten te verkrijgen: dit is bv relevant voor de dimensionering van luchtwassers.
- Kies bij nieuwe stallen voor grondkanaalventilatie. Omdat de ingaande lucht hier beter geconditioneerd is, zal grondkanaalventilatie voor een kleinere ventilatiebehoefte zorgen.
Referenties
Richtlijnen klimaatinstellingen. 2008. Klimaatplatform
varkenshouderij, Praktijkcentrum Sterksel.
www.livestockresearch.wur.nl/NR/rdonlyres/9BAA1C0E-9AF1-40E8-9439-ECF40D341CD9/65501/Richtlijnen_klimaatinstellingenjuni2008.pdf
Guidelines for selection of energy efficient agricultural
ventilation fans. 2008. ASAE EP566, 1AUG 2008, p1-5.
Energiebesparing varkens: Ventilator zuinigst te sturen met
frequentieregelaar. Animal Sciences Group, Wageningen
UR. www.varkensinnovatiecentrum.wur.nl/NR/rdonlyres/FCA89CEE-3602-4E1E-964E-A4D5CA9D97DD/91115/leafletfrequentieregelaar.pdf











