Koelinstallatie
Koelinstallatie
Technisch bestaan er heel wat mogelijkheden om energiebesparingen te bekomen in een koelinstallatie. Meestal zullen dit echter oplossingen zijn, waarvan de investering hoger uitkomt dan de besparing die bereikt wordt door het lagere verbruik aan energie. Toch komen enkele (eenvoudige) maatregelen in aanmerking.
Algemeen
- Schakel een koelcel die leeg is onmiddellijk uit.
- Voor het behoud van de kwaliteit van witloofwortels tijdens de bewaring is het noodzakelijk om voldoende te bevochtigen. Vermijd echter overdreven ijsvorming bovenop de palloxen. Een 'berg' ijs voor de verdampers heeft een enorme invloed op de luchtcirculatie in een koelcel. Door deze opstapeling van ijs zal er duidelijk meer energie nodig zijn om de gewenste temperatuur te bereiken.
- Houd condensoren proper. Vuil in de condensoren zorgt voor een minder goede afgifte van warmte, met als gevolg een hoger energieverbruik.
- Verlichting die aangeschakeld wordt bij het openen van een koelcel (bijvoorbeeld een aanwezigheidssensor of een schakelaar op het openen van de poort) en nadien automatisch uitschakelt, blijft niet onnodig branden. Dit levert een energiebesparing op maar zorgt er eveneens voor dat de verlichting geen onnodige warmte produceert in de koelcel.
- Samen met het aanschakelen van de verlichting bij het openen van een koelcel, kan er ook gezorgd worden dat er geen koelacties zijn wanneer de poort geopend is en dat de ventilatoren stoppen met draaien.
Compressoren
- een frequentieregeling zorgt ervoor dat de compressoren slechts het vermogen leveren dat de koelinstallatie vraagt. Dit levert meestal een vrij grote energiebesparing op. Momenteel wordt onderzocht hoe groot de besparing is bij koelcellen voor de bewaring van witloofwortels.
- Een elektronisch expansieventiel zorgt voor een meer nauwkeurige sturing van het koelcircuit. Dit levert eveneens een energiebesparing op.
- Een heetgasontdooiing van de verdampers vraagt minder energieverbruik dan een elektrische ontdooiing. Bij een heetgasontdooiing wordt de warmte die normaal wordt afgevoerd via de condensors, gebruikt voor de ontdooiing van de verdampers. Nadeel van deze techniek is dat er minimaal twee verdampers in werking moeten zijn.

















