Biodiversiteit en ethiek

Dit decennium is het beslissend decennium voor de duurzame energie. De beslissingen die vandaag genomen worden, hebben een impact op de volgende vier decennia. Het moment is gekomen om te beslissen of we verder de weg bewandelen van de vervuilende, fossiele olie-gebaseerde energieproductie of we het pad inslaan van de schone, duurzame en lokaal geproduceerde herbruikbare energiebronnen. Deze keuze is enkel afhankelijk van politieke wil: de technologiën zijn beschikbaar, betrouwbaar en in staat om in al onze energiebehoeften te voorzien.
De wereld wordt tegelijk getroffen door twee fenomenen die hoewel ze beide ervoor zorgen dat fossiele brandstof meer en meer het zorgenkind wordt van de mensheid toch niet verder gerelateerd zijn. Het eerste fenomeen is het probleem van piekolie, het tweede dat van de ‘Global Warming’.
 

De Energietransitie

Energietransitie gaat over het feit dat de wereld in het recente verleden of in de recente toekomst te maken krijgt met piekolie. Piekolie is het feit dat we op een bepaald moment aan een maximum zitten qua olieproductie en dat die enkel maar kan verminderen. Deze piekolie wordt 30 jaar vroeger voorafgegaan door een piek (gevolgd door een daling) van de hoeveelheid ontdekte olievelden.

Aangezien de ontdekking van olie wereldwijd rond 1965 piekte, is het heel goed mogelijk dat de olieproductiepiek momenteel al bereikt is of binnenkort zal bereikt worden. Als we de productiecijfers van dichterbij bekijken zouden we zelfs kunnen stellen dat de piek in mei 2005 lag, sindsdien is de olieproductie immers nooit meer zo hoog geweest.

Global warming

 Volgens het vierde rapport van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) moet de stijging van de gemiddelde temperatuur beperkt blijven tot 2.0 tot 2.4°C boven het pre-industriële niveau om de meest ernstige van de global warming te vermijden. Om dit te realiseren moeten de emissies minstens 90% teruggeschroefd worden. Er wordt al meer en meer geopperd dat dit zelfs richting de 110-120% gaat; wat betekent dat de mens netto CO2 zou moeten verwijderen uit de atmosfeer.

Hernieuwbare energie

 Beide fenomenen zorgen ervoor dat de wereld een transitie zal moeten ondergaan: het tijdperk van de –goedkope- fossiele olie moet afgesloten worden en er moet overgeschakeld worden op het tijdperk van de hernieuwbare energie. Er kunnen verschillende soorten hernieuwbare energie onderscheiden worden:

  • Geothermische energie
  • Energie uit biomassa
  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Waterkrachtenergie

 Hernieuwbare energie kan enkel duurzaam zijn als deze op een correcte en verantwoorde manier geproduceerd wordt. Steeds moet de volledige levenscyclus geëvalueerd worden om zo tot een goede beslissing te komen. Enkele vragen komen hierbij zeker naar voor

  • Mogen windmolens overal en verspreid geplaatst worden of worden ze beter beperkt tot een geconcentreerd gebied?
  • Vervuilen grote windmolens het landschap?
  • Is het etisch om grote stukken van het regenwoud te kappen voor ethanolproductie?
  • Er is nog altijd honger in de wereld. Het areaal productieve grond is beperkt. Straks moet deze wereldbol 9 miljard mensen voeden. Is er dan nog ruimte voor energiegewassen?
  • Wat kan de zee ons bieden?
  • Bieden woestijnen van energiegewassen kansen voor biodiversiteit?
  • Tractoren op biobrandstoffen zijn een veel efficiënter alternatief dan paarden die haver eten om de ploeg te trekken.
  • Vormen 2de generatie biobrandstoffen (bioraffinage) de oplossing?
  •  Wat richten grote waterkrachtcentrales met onze rivieren aan?
  • Biedt kernenergie een beter alternatief?

Doelstellingen hernieuwbare energie en bio-energie

In 2020 moet 20 % van alle in Europa geconsumeerde energie (elektriciteit, warmte en transport) van hernieuwbare oorsprong zijn. Voor België is dit vertaald in een verplichting om tegen 2020 13 % van de energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen te halen. Bovendien moet 10 % van de transportbrandstoffen hernieuwbaar zijn. Gezien de mogelijkheden om energie uit zon, wind of water te winnen relatief beperkt zijn in ons land, wordt veel van biomassa verwacht om onze doelstellingen te halen. Biomassa kan ingezet worden voor productie van elektriciteit en warmte, maar is ook een grondstof voor biobrandstoffen. Op de grafiek ziet u de visie van het Vlaams Energie Agentschap wat betreft welke en hoeveel biomassa van eigen bodem moet ingezet worden voor energie tegen 2020, vertrekkende vanuit de situatie in 2008. U ziet dat in deze visie behoorlijk wat van de Vlaamse landbouw verwacht wordt wat de aanlevering betreft van gewassen, oogstresten en mest voor energetische valorisatie.
 

Waarom is biomassa hernieuwbaar?

Kort gesteld is biomassa als energiebron hernieuwbaar omdat het enkel de CO2 kan uitstoten die het zelf opgenomen heeft door fotosynthese tijdens de groei van de plant.

Energie op basis van energiegewassen is evenwel nooit helemaal CO2-neutraal: voor de teelt zelf is ook een hoeveelheid energie nodig, vaak van niet hernieuwbare oorsprong.

Daarnaast kunnen we energie halen uit biomassa die, indien ze niet zou worden benut voor energie-valorisatie, sowieso via ontbinding CO2 vrijstelt, denken we hierbij aan oogstresten, maaisel van natuurgebieden, … Binnen de mestverwerking kunnen we vergisting aanzien als een extra mogelijkheid om de mest te valoriseren. Een deel van de koolstof in de mest zal tijdens vergisting omgezet worden tot methaan (CH4) dat op zijn beurt in de motor verbrandt tot CO2 en water.