KOH, meer dan energie!

Biodiversiteit

Uit binnenlands en buitenlands onderzoek (onder meer van de Nederlandse stichting Probos) blijkt dat - in tegenstelling tot éénjarige gewassen voor de productie van biobrandstoffen, zoals koolzaad - korteomloophout een grote meerwaarde betekent op vlak van biodiversiteit, wanneer men de vergelijking maakt met de gangbare, intensieve landbouwteelden.
Door het meer extensief karakter van KOH kunnen er meer soorten mee geassocieerd zijn. Biodiversiteit kan op die manier een mooi nevenproduct zijn van biomassaproductie en kan op een belangrijke wijze biodiversiteit in het agrarisch gebied ondersteunen.
 

Er zijn verschillende reden om een hogere biodiversiteit te verwachten, namelijk

  • Het is een meerjarige teelt waarin weinig of geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden
  • Er onstaat een stabieler milieu met een daaraan gekoppeld zijker bodemleven, dan wanneer de bodem jaarlijks bemest en bewerkt wordt.
  • Onder de aanplant ontwikkelt zich een kruidachtige vegetatie die net als de wilgen zelf waardplanten kunnen zijn voor tal van insecten. Deze natuurlijke omgeving zorgt ervoor dat er een natuurlijker evenwicht ontstaat tussen schadelijke insecten en hun predatoren.
  • Er is bijna steeds een ruime kopakker aanwezig die geen nadelige invloed ondervindt van gewasbeschermingsmiddelen van de nabijgelegen teelt. 

Eerder bleek reeds uit monitoring en literatuurstudie dat de aangetroffen biodiversiteit in KOH percelen sterk kan verschillen van perceel tot perceel. Deze verschillen worden bepaald door verschillende zaken:

  • Het omliggende landschap; bv. wanneer het perceel omgeven is door bos, dan zullen eerde typische bossoorten aangetroffen worden en kan korteomloophout fungeren als bosverbinding. Wanneer echter het korteomloophoutperceel in open landbouwlandschap gelegen is, dan zullen eerder typische landbouwsoorten worden aangetroffen. 
  • De fase van ontwikkeling; in jonge stadia kan de aanplant misschien nog dienst doen voor sommige akkervogels van open grootschalige landschappen, terwijl het in een later stadia eerder een verstorende werking zal hebben. Voor bosvogels daarentegen zal de aanplant dan net interessant worden. Door gefaseerd te oogsten kan er op die manier ook voor gezorgd worden dat voor alle soorten die het korteomloophout als (tijdelijk) leefgebied gebruiken, steeds verschillende fasen van ontwikkeling aanwezig zijn en hen voldoende beschutting bieden.
  • Structuurdiversiteit: Ook deze zal in sterke mate de aanwezigheid van bepaalde soorten bepalen. Het typische uitzicht van de monotone wilgentwijgen zonder veel structuur bieden dus ook weinig nestgelegenheid voor broedvogels. Door het gebruik van andere boomsoorten of de aanplant van een streekeigen gemengde houtkant die periodiek machinaal kan mee geoogst worden geloven we dat het leefgebied voor tal van organismen op een belangrijke wijze kan worden verbeterd. Dit enerzijds door het aanbieden ven nestgelegenheid en anderzijds door het voorzien van habitatcontinuïteit doordat nooit de volledige houtkant met de rest wordt mee geoogst.

 

 

KOH als groenbuffer

Wie met duurzame energie en KOH bezig is, kijkt vaak op een andere manier naar het landschap, en ziet overal mogelijkheden om dat landschap ook energetisch te valoriseren. Zeker als je op de autosnelweg rijdt, is die reflex nooit ver weg: heel veel ‘lege’ wegbermen bieden op het eerste gezicht potenties voor KOH. Niettemin is de uitgangssituatie heel verschillend, en zijn er belangrijke randvoorwaarden waarmee men rekening moet houden. In de eerste plaats heeft de beheerder van ons wegennet natuurlijk niet als hoofdintentie om zoveel mogelijk hout te oogsten. Integendeel, meestal staat een andere, vaak daaraan tegenovergestelde, doelstelling voorop: de realisatie van een goedkope, multifunctionele terreinafscherming. Want hoe meer er moet geoogst worden, hoe meer de continuïteit van het transportnet wordt aangetast. Elke ingreep hierin brengt heel wat kosten met zich mee: afzetten van de rijstrook, signalisatie, veiligheidsprotocol en –risico’s, een minder vlotte verkeerstroom. Er doen zich ter zake heel wat veiligheidsvragen voor. Wat is de crashimpact van een wagen/motorrijder in een KOH strook? Houdt men bij het inschatten van het kostenplaatje ook rekening met de stootwagen die achter de mobiele werf aan moet rijden? En met de administratieve meerkost van de veiligheidsrapportage en de andere  nodige maatregelen? En vermijden we met de huidige oogsttechnieken het gevaar op schade van voorbijrijdende voertuigen (120 km/u) door rondvliegende chips of weggeslingerd zwerfvuil bij het oogsten? Al deze kosten en aandachtspunten dienen zeker in rekening gebracht worden voor men kan beslissen of KOH op een bepaalde plaats (financieel)mogelijk is of niet. Bovendien dient men de periodieke opbrengst van de KOH-oogsten niet alleen te verrekenen met de kosten die aanleg en beheer met zich meebrengen, en ev. ook met de indirecte baten (esthetisch, fijn stof, visuele buffering, …), maar deze ook te vergelijken met andere, klassieke vormen van bermbeheer (graskanten, ruigtes, …). KOH-aanplantingen kunnen ook niet overal aangelegd worden, onder meer omwille van de anwezigheid van andere infrastructuur. De verschillende bodembewerkingen zouden schade kunnen veroorzaken. Bovendien is het voor de beheerder van deze leidingen soms  noodzakelijk om deze voor onderhoudswerken te kunnen bereiken, waardoor KOH ook in dat geval geen optie is. Daarnaast is ook de zichtbaarheid van verkeerssignalisatie, op- en afritten, ..., niet onbelangrijk. De terreinen dienen voldoende groot te zijn om rendabel te kunnen worden beheerd en geëxploiteerd. Daarnaast dienen ze ook vlot toegankelijk te zijn: verkeerssignalisatie, elektriciteitsleidingen, vangrails, bruggen en bruggenhoofden moeten zonder het verkeer te veel te hinderen kunnen worden voorbijgestoken. Taluds mogen niet te steil zijn. Met een tractor zijn vrij steile hellingen nog redelijk bereikbaar, maar met een verbouwde maishakselaar wordt dit al moeilijk. Eventueel kan hiervoor een harvester op hydraulische arm met opzuigsysteem (analoog aan de klassieke klepelmaaiers (indien bestaand)) worden voor gebruikt. Deze zou ook van op het water kunnen worden gebruikt voor het oogsten van KOH op oevers. Speciale opzetstukken voor tractoren zijn te prefereren boven hakselaars, omwille van de hogere wendbaarheid van tractoren. Ook het veelvuldig voorkomen van zwerfvuil op bepaalde locaties kan een reden zijn om deze locaties te mijden, of om andere, minder zwerfvuilgevoelige, machines in te zetten.
 

Bodemzuivering

Andere interessante mogelijkheden voor korteomloophout zijn landbouwgronden die verontreinigdzijn met zware metalen. Een uitgesproken voorbeeld hiervan is terug te vinden in de Kempen. Doorde jaren heen zijn er verschillende zink- en loodsmelters gebouwd in die regio. Spijtig genoeg was detechniek van en controle op het smeltproces nog niet zo geavanceerd als vandaag de dag. In de buurtvan dergelijke fabrieken is er hierdoor een geleidelijke aanrijking ontstaan van zware metalen in debodem. Recent zijn er in het nieuws mededelingen geweest over het afgraven en het saneren vanverschillende tuintjes zodat er weer op een veilige manier gespeeld, gewerkt en getuinierd kanworden. Naast de kleinere tuintjes zijn er echter ook verschillende landbouwgronden waar hogere concentraties aan zware metalen teruggevonden kunnen worden. Een gewone sanering, zoals het afgraven en storten is omwille van de oppervlaktes en de grote kost echter geen optie. Voor deze
gevallen biedt korteomloophout een mogelijke oplossing.

KOH wordt meestal gerealiseerd met wilg en populier. Dit zijn boomsoorten die niet alleen een vrij snelle jeugdgroei kennen, maar die ook vrij hoge concentraties aan zware metalen in de bodem kunnen verdragen. In de zure zandgronden van de Kempen zijn deze elementen goed opneembaar door planten. De metalen worden opgenomen door de bomen en worden gestockeerd in het hout en de bladeren. Door de regelmatige oogst van korteomloophout, is er een geleidelijke verwijdering van de zware metalen uit de bouwvoor en wordt de bodem op termijn gezuiverd. Dit saneringsproces met planten wordt fyto-extractie genoemd. De concentraties in het hout zijn dermate dat een veilige verwerking toch nog gegarandeerd kan worden, waardoor de gehele aanplant een economisch
alternatief voor voedselteelt in de getroffen gebieden biedt. Deze mogelijkheden worden momenteel onderzocht door een consortium van de Universiteit Gent, het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) en de Universiteit Hasselt in een IWT-project; op een proefterrein in Lommel zijn hiervoor ruim 4 hectare korteomloophout aangelegd. Op dit terrein wordt onder andere de kloonselectie, het oogsttijdstip, de rotatielengte, de wortelontwikkeling, het extractiepotentieel van de zware metalen en uiteraard ook de saneringsperiode, de biomassaproductie, de verwerking en de economische haalbaarheid bestudeerd. De finaliteit van deze oefening is de optimalisering van de teelt van KOH op dergelijke gronden.

De toepassing van korteomloophout op bodems met hoge concentraties aan zware metalen werd reeds toegepast op baggerslib. Op die manier wordt aan het slib een nuttige bestemming gegeven. Het uitgegraven slib werd vroeger vaak gebruikt als grond voor de landbouw of voor het aanmaken van een nieuw habitat. Wanneer dit sediment echter vervuild is met zware metalen is er ook hier een risico bij gebruik van deze bodems. Daarom werd besloten om verontreinigde bodems te storten. Door op deze gronden echter KOH aan te planten is ook hier sprake van een heropwaardering en nuttig gebruik van de bodem. Bovendien worden risico’s zoals transport van de metalen naar het grondwater vermeden en is er een geleidelijke afname van de metalen uit het bodemmateriaal.
Doordat deze bodems bovendien rijk zijn aan carbonaten, klei en organische materie, is de
productiviteit van de KOH-aanplanting hoog, wat leidt tot een hoge opbrengst.
En laatste toepassing van KOH op vervuilde gronden betreft het verhinderen van de mogelijke uitloging en de verspreiding van verontreinigde stoffen op industriele sites. Hierover werd recent onderzoek opgestart. Naast een sanering van verontreinigde bodems kunnen populieren en wilgen immers ook gebruikt worden voor het zuiveren van industrieel afvalwater dat aangerijkt is met metalen. Door te zorgen voor een diepe en brede bewortelingslaag zal het KOH verdere verspreiding van verontreinigd water op een industriele site tegengaan waarbij bovendien een zuivering van de verontreiniging bekomen kan worden.
 

KOH tegen erosie

Het effect van de vegetatie op erosie is een combinatie van de effecten van het wortelstelsel en het vegetatiedek. In feite is er een shift in tijd tussen beide: wortels zijn vooral belangrijk op het moment dat de bovengrondse vegetatie nog beperkt is, eenmaal de scheuten zich ontwikkelen, overschaduwen zij de rol van de wortels in het erosiereducerend effect (Gyssels en Poesen, 2003). KOH bezit, zoals grasland, jaarrond een goed ontwikkeld wortelstelsel, in tegenstelling tot eenjarige landbouwteelten. Korteomloophout heeft dus een erosiecontrolerende impact op twee compartimenten van het gewas: bovengronds en ondergronds. In erosiegevoelige regio’s zoals de Vlaamse Ardennen of het West-Vlaamse heuvelland kan KOH een belangrijke rol gaan spelen voor erosiecontrole.
 

KOH voor waterzuivering

In bepaalde toepassingen van de waterzuivering ontstaat er, naast drinkbaar water, ook vaak een afvalwaterfractie. In Koksijde vind je zo een voorbeeld, daar zuivert de intercommunale IWVA in station Torreele rioolwatereffluenten door middel van omgekeerde osmose. Bij het gebruik van deze membraantechnieken blijft er echter een afvalwaterstroom over. Deze wordt samen met het gedeelte effluent dat niet wordt ingenomen door het waterzuiveringstation, in het kanaal Duinkerke- Nieuwpoort geloosd. Sedert november 2003 loopt er echter een proef met rietveld om te bestuderen of op die manier de belasting van het afvalwater kan worden verminderd. Het blijkt dat de stikstofbelasting met ca 30% wordt verminderd, maar het gehalte aan fosfor blijft ongewijzigd.
Een verdere stap die wordt gezet is te bestuderen of de energie uit het afvalwater, bestaande uit nutrienten en organische stof, niet kan worden ‘geoogst’ door middel van het kweken van biomassa.
In een eerste proef werden 2 gewone wilgen geplant in filterzand dat wordt gevoed met afvalwater en deze bleken zeer goed te groeien. Daarop werd een nieuwe proef gestart waarbij 5 verschillendewilgenvarieteiten worden gebruikt, die speciaal zijn veredeld voor de KOH-teelt. Ook deze blijken goed te groeien en de eerste bevindingen zijn dat stikstof ongeveer in dezelfde orde uit het afvalwater wordt verwijderd als bij gebruik van een rietveld, maar dat ook fosfaat in belangrijke mate in concentratie wordt verlaagd. Een verhaal met potentieel dus.

In Noord-Frankrijk zijn er reeds voorbeelden van landbouwbedrijven die afvalwater zuiveren door het te irrigeren over KOH-percelen. Zo is er in Killem een melkveebedrijf dat KOH gebruikt als biofilter voor het zuiveren van licht vervuild afvalwater afkomstig van reinigingswater van zuivelproductieruimte en stallen en mestsappen van vee. De 2,5 ha volstaat om dagelijks 8000l water te irrigeren over zijn aanplant. Momenteel gebruikt hij het korteomloophout enkel en alleen voor de zuivering van zijn afvalwater, maar hij denkt er wel over om in de toekomst het hout op zijn eigen bedrijf te gebruiken om op die manier de kringloop te sluiten en in eigen energiebehoefte te voorzien.
 

In Orchies is een cichorei-verwerkend bedrijf gevestigd dat het reinigingswater van zijn productieruimte zuivert met behulp van 13 ha KOH.
In Vlaanderen blijven dergelijke voorbeelden op dit moment nog uit, maar is er een groeiende interesse bij landbouwers om deze waterzuiveringstechniek toe te passen op licht vervuild afvalwater of spuistroom.