Teelttechniek
Een uitvergrote versie van het teeltschema vindt u hier:
-
Teeltcyclus Miscanthus.jpg
(189 KB)
Plantklaar maken van het perceel
In de herfst, vóór het planten, is het aangewezen om een geschikt breedwerkend systemisch herbicide toe te voegen zoals glyfosaat (Roundup) om de aanwezige onkruiden te verwijderen. Het veld moet geploegd worden en er moet gezorgd worden voor een fijne bovenlaag van de bodem voor de aanplanting zodat een goede wortelhechting mogelijk is.
Planten
Miscanthus wordt in maart-april geplant. Wanneer het planten te
vroeg gebeurt, is er gevaar voor vorstschade; wanneer te laat
geplant wordt, bestaat er gevaar voor droogteschade. De aanplanting
is de meest delicate fase van de teelt. Een goede bodembewerking,
de kwaliteit van de rhizomen en de vochtigheid van de bodem zijn de
belangrijkste factoren hierbij.
Miscanthus kan enkel vegetatief vermeerderd worden door stekken van
wortelstokken (rhizomen) of in-vitro vermeerdering tot
kluitplantjes (microplanten). Meestal bestaat het plantenmateriaal
echter uit rhizomen. Hiervoor worden vermeerderingsvelden aangelegd
waarin 3-6 planten/m2 geplant worden. Na 2 tot 3 jaar worden de
rhizomen met een frees in stukken van 40-100 gram versneden. Deze
techniek heeft een vermeerderingsfactor 50. De rhizomen worden
verkocht aan 0,16-0,35 euro/stuk. De rhizomen zijn het best 10-15
cm groot en bevatten twee tot drie ogen. De stukken rhizomen kunnen
herplant worden en zo nieuwe planten vormen. De beste resultaten
worden verkregen als de rhizomen binnen de 24 uur na oogst herplant
worden. De vermeerdering van miscanthus kan ook via in-vitro
gebeuren. Deze techniek heeft een veel hogere vermeerderingsfactor
(tot 2000), maar is veel duurder en de plantjes zijn gevoeliger
voor ondermeer droogte.
Rhizomen kunnen aangekocht worden bij:
- Novambiom, Frankrijk (www.novabiom.com),
- Renewable Energy Crops, Engeland (http://www.recrops.com)
- Sieverdingbeck, Duitsland (http://www.sieverdingbeck-agrar.de/)
- Jean-Michel Delplanques, België (http://www.mjmd.eu/)
- Cradle Crops, Nederland (hhtp://www.cradlecrops.com/)
Het bedrijf Promisc Belux in België verdeelt
miscanthusrhizomen, afkomstig uit Frankrijk of Engeland. Promisc
Belux gaat contracten aan met landbouwers waarbij het bedrijf zorgt
voor de aanlevering van rhizomen met eventuele opvolging van de
aanplanting, teelt en terugname van het oogstmateriaal. Indien
gewenst, moet de landbouwer dus niet op zoek gaan naar een afzet,
maar kan de oogst aan een afgesproken prijs verkocht worden aan
Promisc.
Bij de firma Sieverdingbeck wordt bij aankoop van rhizomen ook een
begeleiding tijdens de aanplant aangeboden. Samen met de rhizomen
wordt een aangepaste aardappelpoter met eg en roller vanuit
Duitsland getransporteerd en wordt advies bij aanplant
gegeven. Ook Cradle Crops uit Nederland kan nu deze dienst
aanbieden. Zij leveren rhizomen en hebben een speciale plantmachine
waarmee zij de aanplant komen uitvoeren.
Voor de aanplanting van het miscanthusveld wordt aanbevolen om
10.000-14.000 rhizomen/ha te planten. Promisc Belux raadt echter
aan om 20.000 rhizomen/ha aan te planten. Een hogere dichtheid zou
de teelt ten goede komen. Met een kostprijs van 0,16-0,35
euro/rhizoom zorgt dit wel voor een sterk verhoogde aanplantkost.
De rhizomen worden in lichte bodem op 5 cm diep en in zware bodem
op 1-6 cm diep geplant. Deze kunnen met een gewone aardappelpoter
of kolenplanter aangeplant worden (0.3 tot 0.7 ha/dag). Het nadeel
van aanplanten met een gewone aardappelpoter is dat de
plantdichtheid afhankelijk is van de rijsnelheid van de machine. In
combinatie met een roller kan gezorgd worden voor een goede
bodemaansluiting.
In Frankrijk (departement Ardennes) werd een aangepaste
plantmachine gemaakt die een regelmatige inplanting van de rhizomen
verzekerd. Dit is heel belangrijk wanneer men denkt aan de hoge
prijs van het plantgoed (0,16-0,35 euro/stuk). De plantmachine
werkt semiautomatisch. Achter de voorraadbak is plaats voor vier
mensen die elk één individueel plantsysteem aanvoeren met rhizomen.
Voor men de rhizoom in het plantensysteem laat vallen, wordt het
kiemworteltje van de rhizoom ontward. De rhizomen worden daarna
verdeeld via een mechanisch systeem. Een volledig automatisch
systeem is niet mogelijk omdat de worteltjes niet mechanisch kunnen
worden ontward. Hier is dus nog verder onderzoek naar nodig.
Ook Novabiom (Frankrijk) heeft een gelijkaardige aangepaste semiautomatische machine gemaakt. De plantmachine heeft twee voorraadbakken en worden aan elke kant bediend door één arbeider. Per gang worden vier rijen aangeplant met een verhoogde snelheid van 5 km/h. Vooral voor de aanplant van grote percelen (> 3ha) zal deze machine interessant zijn (hogere snelheid en minder arbeiders nodig). Deze machine maakt het ook mogelijk om dichter te planten (20.000 rhizomen/ha) (Novabiom, 2010).
Oogst
Het eerste jaar wordt niet geoogst omdat de opbrengst nog te
klein is. Eventueel kan wel geoogst worden, waarbij het verhakseld
materiaal op het veld blijft liggen als mulch. Hierbij moet wel de
kost voor oogsten gemaakt worden zonder een opbrengst te halen.
Daarna kan jaarlijks geoogst worden, vanaf februari tot april.
Met het oog op verder gebruik van de miscanthussnippers als groene
grondstof of als brandstof, is het beter om pas rond april te
oogsten. Op die manier kan een lager vocht- en mineraalgehalte
bereikt worden. Miscanthus wordt pas geoogst als het gewas tot een
vochtgehalte van ongeveer 15% is opgedroogd tijdens de
wintermaanden. Verder drogen van het oogstmateriaal is hierdoor
niet meer nodig.
Miscanthus kan ofwel met een maïshakselaar ofwel met een maaier
gevolgd door een balenpers geoogst worden. Deze laatste methode kan
gebruikt worden wanneer compacter materiaal gewenst is. De meest
gebruikelijke oogstmethode is die met een gewone maïshakselaar met
kemperbek.
Er moeten scherpe messen gebruikt worden zodat homogeen
hakselmateriaal van 2-3 cm verkregen wordt. Het relatief harde
oogstmateriaal vereist een trage rijsnelheid (2-3 km/h). De hoogte
van de maaibek moet zo laag mogelijk ingesteld worden om
rendementsverlies te vermijden.
De oogst van miscanthus is heel volumineus (dichtheid van ~100
kg/m3), daarom is het van belang dat de afzetbedrijven dichtbij
gesitueerd zijn zodat transportkosten en milieu-impact gereduceerd
kunnen worden. Wanneer het oogstmateriaal in balen geperst wordt,
kunnen de transportkosten verminderd worden alsook het volume voor
stockage. Er kunnen zowel balen van snippers (vastgemaakt met een
draad en eventueel met plastiek) als van de volledige stengels
(zoals bij granen) gemaakt worden (eventueel met breker/hakmachine
voor de balenpers om de stengels in te korten). De balen worden in
een overdekte opslagruimte bewaard ofwel verpakt in plastic en
buiten gestapeld.
Indien men het veld wil herzaaien voor bijvoorbeeld grasland is de
verwijdering van miscanthus van het veld heel eenvoudig. In het
voorjaar wanneer het gewas opnieuw begint te groeien, wordt het
gewas afgemaaid en bespoten met glyfosaat ofwel kan het veld worden
diepgefreesd. Na één jaar kan worden herzaaid.
Onkruidbestrijding
Onkruid kan in competitie treden voor licht en water met de jonge miscanthusscheuten en kan zo het rendement van de teelt doen dalen; controle is dus heel belangrijk bij het jonge gewas.
Onkruidbestrijding bij miscanthus is meestal enkel nodig in het jaar van aanplanten. Dit kan zowel mechanisch als chemisch gebeuren. Mechanische bestrijding kan uitgevoerd worden met bijvoorbeeld een maïsschoffel. Voor de chemische bestrijding is het van groot belang dat het veld onkruidvrij is bij aanplanten. In de zomer van het jaar van aanleg kan een herbicide gebruikt worden om de overblijvende onkruiden te verwijderen. In de daaropvolgende lente, voor de nieuwe scheuten zichtbaar zijn, kan dit indien nodig nog eens toegepast worden.
In België zijn reeds verschillende onkruidbestrijdingsmiddelen
in de miscanthusteelt toegelaten: Aspect T, Bofix, Calaris, Clio
Elite, Gardo Gold, Mikado, Stellar Elite.
Vanaf het tweede jaar zal het gewas gesloten zijn en de bodem
voldoende bedekken. Ook de afgevallen bladeren van de winter vormen
een bladerdek op de bodem zodat de meeste onkruiden geen kans
hebben om uit te groeien.
Bemesting
Het gewas vereist slechts een beperkte bodembemesting. De plant is in staat om aan het eind van het groeiseizoen de meeste voedingsstoffen vanuit de stengels en bladeren te verplaatsen naar de rhizomen waardoor bij de oogst slechts weinig nutriënten verloren gaan. In de winter vallen de bladeren af waardoor nutriënten gerecycleerd worden naar de bodem. In de eerste teeltjaren blijven minder gewasresten achter, maar is de behoefte aan mineralen ook minder door de lagere productie. De hoeveelheid stikstof-, fosfor-, en kaliumbemesting zal afhankelijk zijn van de bodemreserves. In Engeland wordt in het jaar van aanplant een stikstofbemesting van 85 kg N/ha aanbevolen. In Duitsland wordt pas vanaf het tweede jaar bemest. Jaarlijks wordt dan 10-40 kg N/ha, 10-30 kg P2O5/ha en 10-50 kg K2O/ha toegevoegd zodat het gewas na de oogst makkelijk de groei kan hervatten. Zij gebruiken hiervoor stalmest. De bodem is dan door bladval bedekt met bladeren waardoor in principe geen organische mest meer gebruikt zou mogen worden. Door de kleine hoeveelheid zou dit echter geen problemen geven.
‘Le chambre d’agriculture’ in Frankrijk stelt echter dat een stikstofbemesting de eerste 3 jaar niet nodig is. Meer nog, een stikstofbemesting zou de groei van onkruiden bevorderen. In het voorjaar, na afvallen van de bladeren, bestaat het miscanthusstro uit 30 mg N/g DS. Bij een opbrengst van 5 ton DS/ha het tweede jaar is dus slechts 25 kg N/ha nodig om de bodemreserves aan te vullen. Zolang het gewas niet gesloten is, kan een te hoge bemesting problemen met onkruid geven.
Het eerste jaar kan het veld vóór aanplant met drijfmest bemest worden. De volgende jaren zou gebruik van drijfmest niet meer mogelijk zijn omdat drijfmest ingewerkt moet worden. Verder onderzoek hiernaar kan nuttig zijn.
Ziekten en plagen
Tot nog toe zijn geen ziektes bekend die de opbrengst van miscanthus verlagen. Fungicides moeten dus niet gebruikt worden. Momenteel wordt in Europa enkel de hybride Miscanthus x giganteus geteeld, waardoor de kans op uitbreken van ziektes en plagen wel reëel is. In de toekomst zal hier dus rekening mee moeten gehouden worden. Momenteel zijn reeds 2 Europese veredelingsprogramma’s lopend waarin gezocht wordt naar nieuwe hoogproductieve klonen als voorzorg op het uitbreken van ziektes en plagen bij miscanthus. Ook de vegetatieve vermeerdering van miscanthus maakt de kans op overdracht van ziektes groot.
Konijnen, herten en dassen kunnen eventueel vraatschade veroorzaken bij de jonge miscanthusplanten. Het is vooral in het eerste jaar belangrijk dat controle wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld omheiningen te plaatsen indien nodig blijkt. Ook emelten en ritnaalden kunnen vraatschade veroorzaken aan de rhizomen, vooral na grasland of braakligging van het veld.

















