Teelttechniek

Een uitvergrote versie van het teeltschema vindt u hier:

Plantklaar maken van het perceel

In de herfst, vóór het planten, is het aangewezen om een geschikt breedwerkend systemisch herbicide toe te voegen zoals glyfosaat (Roundup) om de aanwezige onkruiden te verwijderen. Het veld moet geploegd worden en er moet gezorgd worden voor een fijne bovenlaag van de bodem voor de aanplanting zodat een goede wortelhechting mogelijk is.

Planten

Miscanthus wordt in maart-april geplant. Wanneer het planten te vroeg gebeurt, is er gevaar voor vorstschade; wanneer te laat geplant wordt, bestaat er gevaar voor droogteschade. De aanplanting is de meest delicate fase van de teelt. Een goede bodembewerking, de kwaliteit van de rhizomen en de vochtigheid van de bodem zijn de belangrijkste factoren hierbij.
Miscanthus kan enkel vegetatief vermeerderd worden door stekken van wortelstokken (rhizomen) of in-vitro vermeerdering tot kluitplantjes (microplanten). Meestal bestaat het plantenmateriaal echter uit rhizomen. Hiervoor worden vermeerderingsvelden aangelegd waarin 3-6 planten/m2 geplant worden. Na 2 tot 3 jaar worden de rhizomen met een frees in stukken van 40-100 gram versneden. Deze techniek heeft een vermeerderingsfactor 50. De rhizomen worden verkocht aan 0,16-0,35 euro/stuk. De rhizomen zijn het best 10-15 cm groot en bevatten twee tot drie ogen. De stukken rhizomen kunnen herplant worden en zo nieuwe planten vormen. De beste resultaten worden verkregen als de rhizomen binnen de 24 uur na oogst herplant worden. De vermeerdering van miscanthus kan ook via in-vitro gebeuren. Deze techniek heeft een veel hogere vermeerderingsfactor (tot 2000), maar is veel duurder en de plantjes zijn gevoeliger voor ondermeer droogte.
Rhizomen kunnen aangekocht worden bij:

  • Novambiom, Frankrijk (www.novabiom.com),
  • Renewable Energy Crops, Engeland (http://www.recrops.com)
  • Sieverdingbeck, Duitsland (http://www.sieverdingbeck-agrar.de/)
  • Jean-Michel Delplanques, België (http://www.mjmd.eu/)
  • Cradle Crops, Nederland (hhtp://www.cradlecrops.com/)

Het bedrijf Promisc Belux in België verdeelt miscanthusrhizomen, afkomstig uit Frankrijk of Engeland. Promisc Belux gaat contracten aan met landbouwers waarbij het bedrijf zorgt voor de aanlevering van rhizomen met eventuele opvolging van de aanplanting, teelt en terugname van het oogstmateriaal. Indien gewenst, moet de landbouwer dus niet op zoek gaan naar een afzet, maar kan de oogst aan een afgesproken prijs verkocht worden aan Promisc.
Bij de firma Sieverdingbeck wordt bij aankoop van rhizomen ook een begeleiding tijdens de aanplant aangeboden. Samen met de rhizomen wordt een aangepaste aardappelpoter met eg en roller vanuit Duitsland getransporteerd en wordt advies bij aanplant gegeven. Ook Cradle Crops uit Nederland kan nu deze dienst aanbieden. Zij leveren rhizomen en hebben een speciale plantmachine waarmee zij de aanplant komen uitvoeren.  
Voor de aanplanting van het miscanthusveld wordt aanbevolen om 10.000-14.000 rhizomen/ha te planten. Promisc Belux raadt echter aan om 20.000 rhizomen/ha aan te planten. Een hogere dichtheid zou de teelt ten goede komen. Met een kostprijs van 0,16-0,35 euro/rhizoom zorgt dit wel voor een sterk verhoogde aanplantkost.
De rhizomen worden in lichte bodem op 5 cm diep en in zware bodem op 1-6 cm diep geplant. Deze kunnen met een gewone aardappelpoter of kolenplanter aangeplant worden (0.3 tot 0.7 ha/dag). Het nadeel van aanplanten met een gewone aardappelpoter is dat de plantdichtheid afhankelijk is van de rijsnelheid van de machine. In combinatie met een roller kan gezorgd worden voor een goede bodemaansluiting.
In Frankrijk (departement Ardennes) werd een aangepaste plantmachine gemaakt die een regelmatige inplanting van de rhizomen verzekerd. Dit is heel belangrijk wanneer men denkt aan de hoge prijs van het plantgoed (0,16-0,35 euro/stuk). De plantmachine werkt semiautomatisch. Achter de voorraadbak is plaats voor vier mensen die elk één individueel plantsysteem aanvoeren met rhizomen. Voor men de rhizoom in het plantensysteem laat vallen, wordt het kiemworteltje van de rhizoom ontward. De rhizomen worden daarna verdeeld via een mechanisch systeem. Een volledig automatisch systeem is niet mogelijk omdat de worteltjes niet mechanisch kunnen worden ontward. Hier is dus nog verder onderzoek naar nodig.
 

Ook Novabiom (Frankrijk) heeft een gelijkaardige aangepaste semiautomatische machine gemaakt. De plantmachine heeft twee voorraadbakken en worden aan elke kant bediend door één arbeider. Per gang worden vier rijen aangeplant met een verhoogde snelheid van 5 km/h. Vooral voor de aanplant van grote percelen (> 3ha) zal deze machine interessant zijn (hogere snelheid en minder arbeiders nodig). Deze machine maakt het ook mogelijk om dichter te planten (20.000 rhizomen/ha) (Novabiom, 2010).

Oogst

Het eerste jaar wordt niet geoogst omdat de opbrengst nog te klein is. Eventueel kan wel geoogst worden, waarbij het verhakseld materiaal op het veld blijft liggen als mulch. Hierbij moet wel de kost voor oogsten gemaakt worden zonder een opbrengst te halen. Daarna kan jaarlijks geoogst worden, vanaf februari tot april.
Met het oog op verder gebruik van de miscanthussnippers als groene grondstof of als brandstof, is het beter om pas rond april te oogsten. Op die manier kan een lager vocht- en mineraalgehalte bereikt worden. Miscanthus wordt pas geoogst als het gewas tot een vochtgehalte van ongeveer 15% is opgedroogd tijdens de wintermaanden. Verder drogen van het oogstmateriaal is hierdoor niet meer nodig.
Miscanthus kan ofwel met een maïshakselaar ofwel met een maaier gevolgd door een balenpers geoogst worden. Deze laatste methode kan gebruikt worden wanneer compacter materiaal gewenst is. De meest gebruikelijke oogstmethode is die met een gewone maïshakselaar met kemperbek.
Er moeten scherpe messen gebruikt worden zodat homogeen hakselmateriaal van 2-3 cm verkregen wordt. Het relatief harde oogstmateriaal vereist een trage rijsnelheid (2-3 km/h). De hoogte van de maaibek moet zo laag mogelijk ingesteld worden om rendementsverlies te vermijden.
 

De oogst van miscanthus is heel volumineus (dichtheid van ~100 kg/m3), daarom is het van belang dat de afzetbedrijven dichtbij gesitueerd zijn zodat transportkosten en milieu-impact gereduceerd kunnen worden. Wanneer het oogstmateriaal in balen geperst wordt, kunnen de transportkosten verminderd worden alsook het volume voor stockage. Er kunnen zowel balen van snippers (vastgemaakt met een draad en eventueel met plastiek) als van de volledige stengels (zoals bij granen) gemaakt worden (eventueel met breker/hakmachine voor de balenpers om de stengels in te korten). De balen worden in een overdekte opslagruimte bewaard ofwel verpakt in plastic en buiten gestapeld.
Indien men het veld wil herzaaien voor bijvoorbeeld grasland is de verwijdering van miscanthus van het veld heel eenvoudig. In het voorjaar wanneer het gewas opnieuw begint te groeien, wordt het gewas afgemaaid en bespoten met glyfosaat ofwel kan het veld worden diepgefreesd. Na één jaar kan worden herzaaid.

Onkruidbestrijding

Onkruid kan in competitie treden voor licht en water met de jonge miscanthusscheuten en kan zo het rendement van de teelt doen dalen; controle is dus heel belangrijk bij het jonge gewas. 

Onkruidbestrijding bij miscanthus is meestal enkel nodig in het jaar van aanplanten. Dit kan zowel mechanisch als chemisch gebeuren. Mechanische bestrijding kan uitgevoerd worden met bijvoorbeeld een maïsschoffel. Voor de chemische bestrijding is het van groot belang dat het veld onkruidvrij is bij aanplanten. In de zomer van het jaar van aanleg kan een herbicide gebruikt worden om de overblijvende onkruiden te verwijderen. In de daaropvolgende lente, voor de nieuwe scheuten zichtbaar zijn, kan dit indien nodig nog eens toegepast worden.

In België zijn reeds verschillende onkruidbestrijdingsmiddelen in de miscanthusteelt toegelaten: Aspect T, Bofix, Calaris, Clio Elite, Gardo Gold, Mikado, Stellar Elite.
Vanaf het tweede jaar zal het gewas gesloten zijn en de bodem voldoende bedekken. Ook de afgevallen bladeren van de winter vormen een bladerdek op de bodem zodat de meeste onkruiden geen kans hebben om uit te groeien.

Bemesting

Het gewas vereist slechts een beperkte bodembemesting. De plant is in staat om aan het eind van het groeiseizoen de meeste voedingsstoffen vanuit de stengels en bladeren te verplaatsen naar de rhizomen waardoor bij de oogst slechts weinig nutriënten verloren gaan. In de winter vallen de bladeren af waardoor nutriënten gerecycleerd worden naar de bodem. In de eerste teeltjaren blijven minder gewasresten achter, maar is de behoefte aan mineralen ook minder door de lagere productie. De hoeveelheid stikstof-, fosfor-, en kaliumbemesting zal afhankelijk zijn van de bodemreserves. In Engeland wordt in het jaar van aanplant een stikstofbemesting van 85 kg N/ha aanbevolen. In Duitsland wordt pas vanaf het tweede jaar bemest. Jaarlijks wordt dan 10-40 kg N/ha, 10-30 kg P2O5/ha en 10-50 kg K2O/ha toegevoegd zodat het gewas na de oogst makkelijk de groei kan hervatten. Zij gebruiken hiervoor stalmest. De bodem is dan door bladval bedekt met bladeren waardoor in principe geen organische mest meer gebruikt zou mogen worden. Door de kleine hoeveelheid zou dit echter geen problemen geven.

‘Le chambre d’agriculture’ in Frankrijk stelt echter dat een stikstofbemesting de eerste 3 jaar niet nodig is. Meer nog, een stikstofbemesting zou de groei van onkruiden bevorderen. In het voorjaar, na afvallen van de bladeren, bestaat het miscanthusstro uit 30 mg N/g DS. Bij een opbrengst van 5 ton DS/ha het tweede jaar is dus slechts 25 kg N/ha nodig om de bodemreserves aan te vullen. Zolang het gewas niet gesloten is, kan een te hoge bemesting problemen met onkruid geven.

Het eerste jaar kan het veld vóór aanplant met drijfmest bemest worden. De volgende jaren zou gebruik van drijfmest niet meer mogelijk zijn omdat drijfmest ingewerkt moet worden. Verder onderzoek hiernaar kan nuttig zijn.

Ziekten en plagen

Tot nog toe zijn geen ziektes bekend die de opbrengst van miscanthus verlagen. Fungicides moeten dus niet gebruikt worden. Momenteel wordt in Europa enkel de hybride Miscanthus x giganteus geteeld, waardoor de kans op uitbreken van ziektes en plagen wel reëel is. In de toekomst zal hier dus rekening mee moeten gehouden worden. Momenteel zijn reeds 2 Europese veredelingsprogramma’s lopend waarin gezocht wordt naar nieuwe hoogproductieve klonen als voorzorg op het uitbreken van ziektes en plagen bij miscanthus. Ook de vegetatieve vermeerdering van miscanthus maakt de kans op overdracht van ziektes groot.

Konijnen, herten en dassen kunnen eventueel vraatschade veroorzaken bij de jonge miscanthusplanten. Het is vooral in het eerste jaar belangrijk dat controle wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld omheiningen te plaatsen indien nodig blijkt. Ook emelten en ritnaalden kunnen vraatschade veroorzaken aan de rhizomen, vooral na grasland of braakligging van het veld.