Praktijkvoorbeelden en proefveldresultaten
Bio-ethanolbieten
In België wordt momenteel bio-ethanol geproduceerd op basis van ondermeer suikerbieten. De Tiense Suikerraffinaderij levert zijn sap rijk aan suiker hiervoor rechtstreeks aan Bio-Wanze voor de productie van bio-ethanol. Op dit moment produceert Bio-Wanze jaarlijks 300.000 m³ bio-ethanol ten behoeve van de Belgische markt. Het bedrijf BioWanze heeft in 2009 zijn nieuwe installaties voor de productie van bio-ethanol ingehuldigd. De installaties worden door het moederbedrijf Südzucker bestempeld als de modernste ter wereld. De installatie vergde een investering van € 250 miljoen en creëerde werkgelegenheid voor 120 mensen. BioWanze heeft een productiecapaciteit van 300 miljoen liter bio-ethanol per jaar. Door de afname van het areaal suikerbieten door de Europese suikerhervorming vormt de productie van bio-ethanol voor een nieuwe afzetmarkt voor suikerbieten (Biowanze, 2010). Op dit moment heeft Biowanze jaarlijks zo’n 400.000 ton suikerbieten nodig. Dit komt overeen met een oppervlakte 5700 ha of 7 % Belgische suikerbietenareaal.
Biogasbieten
Wanneer de biogasopbrengst per hectare en per gewas bekeken wordt (zie figuur) dan blijkt dat de biogasopbrengst van suikerbieten in vergelijking met silomaïs beter scoort. Hierbij moet opgemerkt worden dat de productiekosten van de suikerbietenteelt hoger zijn dan die van silomaïs. Voor het gebruik van suikerbieten voor de productie van biogas zal dus een afweging gemaakt moeten worden tussen enerzijds de hogere biogasopbrengst per hectare en anderzijds de hogere productiekosten in vergelijking met silomaïs.
Aan het gebruiik van suikerbieten voor de opwekking van biogas zijn er echter 2 probleempunten. Suikerbieten zijn moeilijk het jaar rond te bewaren. Oplossingen hiervoor kunnen zijn het versnijden van suikerbieten tot moes, mengkuilen maken met maïs of het telen van zogenaamde winterbieten. De tweede moeilijkheid is de aanwezigheid van grond en stenen. Momenteel bestaan er op de markt al bietenwassers die opertioneel zijn. Deze bietenwassers zijn voornamelijk ontwikkeld in Duitsland en worden daar momenteel ook uitvoerig getest.
KBIVB
Het Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de
Biet (KBIVB) wordt gesubsidieerd door de suikerfabrikanten (sinds
1932), door de bietentelers (sinds 1968) en, naargelang de
onderzoekscontracten, door de regionale Ministeries van Landbouw en
via contracten voor derden.
Het KBIVB heeft als doel het optimaliseren van de
suikerbietenteelt, zowel teelttechnisch als financieel. Voorbeelden
van onderzoek uitgevoerd door het KBIVB zijn:
• de analyse van de zaadkwaliteit en de bepaling van het
opbrengstpotentieel en de kwaliteit van de suikerbietenvariëteiten
• de verbetering van de gronden bestemd voor de bietenteelt
• de studie van de optimale meststoftypen en dosissen voor deze
gronden en hun toepassingswijze
• de bescherming van de teelt tegen plagen, ziekten en onkruiden
• de studie van de nevenproducten van de bietenteelt, evenals hun
voederwaarde,
• de mechanisatie van de bietenteelt
Naast een onderzoeksopdracht heeft het KBIVB ook een belangrijke
voorlichtingstaak. Om zijn objectieven te bereiken werkt het KBIVB
nauw samen met andere Europese bieteninstituten en onderhoudt een
voortdurend contact met de Belgische landbouwkundige en andere
onderzoeksinstellingen, die gemeenschappelijke
onderzoeksactiviteiten in de bietenteelt hebben.

















