Houtverbranding

Wat?

Hout kan gebruikt worden als brandstof onder de vorm van houtblokken, houtpellets, houtsnippers of houtbriketten.

Houtblokken kunnen gebruikt worden in houtstoven, inbouwcassettes, houtstoven die hitte opslaan en ketels die werken op houtblokken.

Verbrandingsketels op houtblokken worden manueel gevoed en kunnen een ketel op stookolie of gas van uw centrale verwarming vervangen.

Verbrandingsketels op houtpellets worden volautomatisch gevoed en de assen kunnen ook automatisch worden uitgeschroefd. Zij kunnen eveneens een stookolie of gasketel vervangen.

Daarnaast bestaan er ook verbrandingsketels die werken op houtsnippers. De snippers worden in de verbrandingskamer gebracht via een schroef van Archimedes, via een bewegende arm of een bewegende vloer.

Bewegende arm

Bewegende vloer

Houtsnippers kunnen door de landbouwer zelf worden geproduceerd en kunnen gebruikt worden in volautomatische ketels met hetzelfde gebruiksgemak als ketels op stookolie en gas. Stro, graan en miscanthus kunnen ook als brandstof gebruikt worden in soortgelijke verbrandingsketels.

Hoe werkt het?

Ketels die werken op houtsnippers bestaan in verschillende vermogens (20 kW- 2 MW…). Als u een ketel in een kleiner vermogen aankoopt is het belangrijk dat de schroef van Archimedes voldoende groot is zodat deze niet snel blokkeert.
De kwaliteit van de houtsnippers is ook zeer belangrijk om uw verbrandingsketel optimaal te doen werken. De kwaliteit van de houtsnippers wordt bepaald door:

  • Stukgrootte (bedrijfszekerheid en vermogen houtverbrandingsinstallaties)
  • Watergehalte (calorische waarde)
  • Asgehalte (productie van reststoffen)
  • Keuze van houthakselaar: manueel gevoed of met de kraan gevoed

In Vlaanderen bestaat geen wettelijke achtergrond of normering voor houtsnippers. In Oostenrijk geld de Önorm M7133:
 

Classificatie van de houtsnippers a.d.h.v. de stukgrootte


Klasse   Zeefanalyse       maximale waarden
  <20% 60-100% <20% max 4% oppervlakte (cm²) lengte (cm)
G30 1-2,8 2,8-16 >16 <1mm 3 8,5
G50 1-5,6 5,6-31,5 >31,5 <1mm 5 12
G100 1-11,2 11,2-63 >63 <1mm 10 25

    
Classificatie van de houtsnippers a.d.h.v. het watergehalte

Klasse

watergehalte (%)

omschrijving

W20       < 20 luchtdroog
W30        20-30 stockage geschikt
W35        30-35 beperkt stockage geschikt
W40        35-40 vochtig
W50        40-50 vers

Classificatie van de houtsnippers a.d.h.v. de densiteit

Klasse

densiteit (kg/m³)

omschrijving

S160         < 160 geringe densiteit
S200        160-250 gemiddelde densiteit
S250         > 250 hoge densiteit

Classificatie van de houtsnippers a.d.h.v. de asrest

Klasse

asrest (%)

omschrijving

A1       <1 geringe asgehalte
A2    >1-1,5 hoog asgehalte

Houtsnippers kan u aankopen op de markt, zelf oogsten uit kleine landschapselementen of uit korteomloophout.

Het hout kan dan op verschillende manier verhakseld worden:

  • Hakselaar manueel gevoed

              Aankoopprijs: € 6250 (30% VLIF steun                     mogelijk voor machines voor beheer KLE's)
              Takken tot 22 cm doorsnede
 

  • Hakselaar gevoed met kraan

               Aankooprijs hakselaar: € 100 000
               Kraan: € 40 000
               Stammen tot 40 cm doorsnede
               60-70m³/u 

Vers geoogste houtsnippers hebben een vochtgehalt van 50% of meer. U kan dit op de eenvoudigste en goedkoopste manier drogen via natuurlijke convectie

Dit betekent dat u de houtsnippers opslaat op een hoop op een betonnen vloer, onder dak, in goed geventileerde ruimte. In het centrale deel van de hoop vindt een temperatuurstijging plaats door biologische degradatie ('broei'). Dit veroorzaakt convectie. Lucht circuleert namelijk door de hoop  en transporteert waterdamp naar de oppervlakte van de hoop (waar het kouder is) waar het condenseert. Zo komen de snippers in 3 à 5 maanden naar vochtgehalte <30%.

Droge snippers kan u op verschillende manier opslaan in afwachting dat ze worden verbrand in de verbrandingskamer van de ketel. De snippers kunnen zowel ondergronds als bovengronds worden opgeslagen.

Ondergrondse opslag

Ondergrondse opslag

 

Bovengrondse opslag

Bovengrondse opslag

 

Bovengrondse opslag in silo

Subsidies

1. VLIF-investeringssteun

Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) maakt het mogelijk om als land- of tuinbouwer vestigings- en/of investeringssteun te genieten. Binnen de investeringen die voor VLIF-steun in aanmerking komen, zijn er ook heel wat op vlak van energie. De voorwaarden voor de aanvrager, het bedrijf en de investering waaraan deze steun verbonden is, zijn terug te vinden onder de hierbij vermelde links naar de website van de Vlaamse Overheid. Zo dient het minimum investeringsbedrag bijvoorbeeld 15000 euro (excl. btw) te bedragen. Voor de investering in verwarmingsinstallaties op hernieuwbare brandstoffen kan men 28% VLIF-investeringssteun genieten.

2. Eenmalige investeringsaftrek

De verhoogde investeringsaftrek is gericht op investeringen voor een rationeler energiegebruik in de industrie en een verbetering van industriële energetische processen. De investeringen die in aanmerking komen voor deze steunmaatregel werden onderverdeeld in 6 groepen en 12 categorieën. Investeringen m.b.t. verbrandingsinstallaties vallen onder groep 3 (verbetering van het energetisch rendement) en categorie 8 (verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsapparatuur). Investeringen m.b.t. verbrandingsinstallaties die voor deze steun in aanmerking komen zijn: deze die het energetisch rendement van bestaande verbrandingsinstallaties verhogen en het aankopen van nieuwe verbrandingsinstallaties. Investeringen met het oog op capaciteitsverhoging komen niet in aanmerking. De verhoogde aftrek bedraagt 13,5% voor het aanslagjaar 2012 (inkomsten 2011) en wordt genomen op de winst van het belastbaar tijdperk waarin de installatie werd verkregen. Voor meer informatie o.m. aangaande de voorwaarden om voor deze steun in aanmerking te komen kan u terecht bij de website van en energiesparen. Zo kunnen belastingsplichtigen onder het forfaitair systeem bijvoorbeeld niet genieten van deze steun.

3. Ecologiepremie

Voor aanvragen vanaf 1 februari 2011 kan de ‘Ecologiepremie Plus’ aangevraagd worden. De ecologiepremie is echter enkel mogelijk voor ondernemingen met bepaalde NACE-codes (NACE is een officiële Europese lijst van activiteitsomschrijvingen). Landbouw (NACE-code 01.xx) komt niet in aanmerking voor de ecologiepremie. Ondernemingen die ondersteunende activiteiten in verband met de teelt van gewassen (enkel exploitatie van irrigatiesystemen en verhuur van landbouwmachines en -werktuigen met bedieningspersoneel) komen wel in aanmerking voor de ecologiepremie. De ecologiepremie wordt niet gegeven aan investeringen waarbij men kan genieten van groenestroom- of warmtekrachtcertificaten. De grootte van deze subsidie is afhankelijk van het meerkostpercentage, het ecologiegetal van de klasse waar de technologie toe behoort, de grootte van de onderneming en de subsidiebonus. Het meerkostpercentage geeft aan welk aandeel van het investeringsbedrag (in essentiële investeringscomponenten) zal gebruikt worden bij de berekening van de subsidie. Het ecologiegetal varieert tussen 1 en 9 en is een maat voor de performantie van de technologie. Afhankelijk van het laten uitvoeren of in bezit zijn van een eerstelijns milieu-/energie-/eco-efficiëntiescan, een milieucertificaat of een milieumanagementsysteem rekent men ook een subsidiebonus door.

Bij productie van warmte via de verbranding van biomassa komt 80% van het investeringsbedrag (als meerkostpercentage) in aanmerking voor de berekening van de subsidie. Het ecogetal is 3.
Voor meer informatie rond de berekening en het bekomen van een ecologiepremie kan u terecht bij het Agentschap Ondernemen.
 

Kosten en opbrengsten

Uit berekeningen blijkt dat de teelt van KOH voor lokaal en eigen gebruik in kleinschalige stookinstallaties (≤ 300 kW) financieel interessant is. Zo kan KOH, door stookoliekosten uit te sparen, qua financiële return zeker concurreren met de in Vlaanderen gangbare akkerbouwteelten. De teelt van KOH voor verkoop van houtsnippers is momenteel nog niet rendabel. In Vlaamse context ligt het grootste potentieel voor dergelijke projecten bij landbouwbedrijven met een middelgrote energievraag ; zoals intensieve veehouderij (pluimvee en varkens) en koude serreteelten. Het bevoorraden van stookinstallaties met vermogens > 300 kW met KOH is minder realistisch omdat hiervoor al gauw grote oppervlaktes nodig zijn.

CASE: Een landbouwer plant 2 ha KOH aan en droogt de houtsnippers zelf (<30%) om ze te gebruiken voor verwarming op zijn bedrijf. Op die manier vervangt hij een jaarlijks verbruik van ± 10.000 l stookolie. 100 liter stookolie komt namelijk overeen met ongeveer 1000 kWh of 1 m³ droog hout (285 kg, vochtgehalte 30%).

Investeringskosten

Kosten aanleg (jaar 1) Prijs (€ excl. btw)
Terreinvoorbereidende werken 270
Aankoop kortstekken (15000/ha) 2550
Aanplanten met preiplanter 900
Mechanische onkruidbestrijding (3x in jaar 1) 500
Subtotaal 1 ha 4220
Totaal 2 ha 8440
Eenmalige kosten Prijs (€ excl. btw)
Droogruimte houtsnippers (300 m³) (verharde betonvloer + betonnen stapelblokken en overkapping met tunnelserre) 11 000
Kostprijs stookinstallatie 100 kW (+buffervat 5000 l en incl. 28% VLIF-steun) 25 000

      Totale investering = 44 440 euro.

Jaarlijkse kosten

Teeltkosten Prijs (€ excl. btw) 
Oogstkosten/ha (elke 3 jaar) 1300
Gemiddelde jaarlijkse beheerkost/ha 433
Onderhoud ketel 300
Onderhoudskosten Prijs (€ excl. btw)
Onderhoud ketel 300

Na 21 jaar

Kosten verwijdering Prijs (€ excl. btw)
Verwijderen aanplant met bosfrees 2500

Op basis van bovenstaande kosten, investeringen en de huidige stookolieprijs (0,7490 €/l excl. BTW) worden hieronder de fictieve inkomsten berekend op basis van de uitgespaarde kost voor stookolie en de installatie van een nieuwe stookolieketel.

Omdat biomassaopbrengsten variabel zijn en sterk afhangen van de lokale bodemomstandigheden, waterhuishouding en eventuele ziekten of plagen werd de rendabiliteit berekend voor opbrengsten (in ton droge stof (DS) per ha) tussen de onder- en bovengrens. Zo bedraagt de minimum netto jaarlijkse opbrengst bij een productie van 10 ton DS/ha/jaar, 2.844 € en tot maximum 3.845 €/ha/jaar bij productie van 20 ton DS/ha/jaar. Ten slotte pleiten ook het arbeidsextensieve karakter en de mogelijkheid, die sinds 2010 bestaat, om toeslagrechten te activeren voor KOH, in het voordeel van de teelt.
 

Droge houtsnippers (ton/ha/jaar) Droge stof (ton/ha/jaar) Terugverdientijd (jaar) Netto jaarlijkse opbrengst per ha (€)
13,0 10 7 2844
15,6 12 7 3053
18,2 14 7 3261
20,8 16 6 3448
23,4 18 6 3646
26,0 20 6 3845

In bovenstaande berekening werd geen rekening gehouden met toeslagrechten en pachtkosten. Alle prijzen zijn gebaseerd op loonwerk.
 

Vergunningen

 Afval: vergunningsplichtig (Vlarem, rubriek 2)
(emissiegrenswaarden rookgassen, emissiemetingen door erkend labo)

≤ 5 MW th: klasse 2 aanvraag bij gemeente
> 5 MW th: klasse 1 aanvraag bij provincie
       - onbehandeld houtafval (verse houtsnippers, krullen,…)
       - niet verontreinigd behandeld houtafval (spaanplaat, OSB,…)
          klasse 1 aanvragen bij provincie
       - behandeld verontreinigd afvalhout (treinbielzen,…)

 Niet-afval (Vlarem, rubriek 43)
(pellets, energieteelten (KOH),…)

  • <300 kW th: vrij van vergunning
  • 0,3 MW th- 0,5MWth: klasse 3 en melding bij gemeente
  • 0,5 MW th- 5 MWth: klasse 2 aanvraag bij gemeente
  • > 5 MW th: klasse 1 aanvraag bij provincie

Praktijkvoorbeeld

Ketel op snoeihout uit Wervik

  • Familiaal sierteeltbedrijf: perkplanten, potchrysanten, lavendel
  • Containerveld met hergebruik van drainwater
  • Serre van 2000m²
  • Oude stookolieketel was stuk en verbruikte 10 000l /jaar
  • In januari 07 werd een geautomatiseerde houtverbrandingketel geïnstalleerd, jan 08 buffervat 10 000l
  • Vermogen: 100 kW
  • Brandstof: snoeihout, 32 ton/jaar
    loonwerker met hakselaar overdekte droogruimte: 250m³
    kniklader brengt droge snippers in voorraadbunker
     

Ketel op afval in Westrozebeke

  • Familiaal bedrijf
  • 2,1ha serre: 1,3 ha tomaten (verwarmd) 0,8 ha sla
  • 600 000l stookolie per jaar: zeer duur
  • Nov 06: verbrandingsinstallatie op houtsnippers geplaatst
  • Vermogen: 2MWth, multicycloon ontstoffer
  • buffertank: 150 000l
  • Brandstof: afvalhout, 2000 ton/jaar
  • Opslagruimte: 300m³= opslag voor 1 week in winter
  • Via bewegende vloer en schroef naar brandkamer verbrandingsinstallatie

 

Ketel op houtsnippers in een azaleakwekerij 

  • Familiaal bedrijf
  • 3 ha serre, 2,5 ha containervelden
  • 180 000l stookolie per jaar: zeer duur
  • 08: verbrandingsinstallatie op houtsnippers geplaatst
  • Vermogen: 700 kW, vlakroosterverbrandingssysteem
  • Brandstof: houtsnippers
  • Opslagruimte: 2500m³
100

 

Ketel op houtsnippers in NL

• familiaal bedrijf vleeskuikens
• 5 bestaande stallen met in totaal 120.000 vleeskuikens
• elke stal wordt verwarmd met cv-heaters
• houtkachel geplaatst met een vermogen van 650 kW
• overcapaciteit ketel voorzien om nattere houtsnippers te kunnen stoken
• stookruimte gebouwd in 2008 die 1 uur brandwerend is (7 x 15 m)
• bunker voorzien naast stookplaats, na 3 dagen bijvullen
• brandstof: houtsnippers 500 ton/jaar volledig beschikbaar op bedrijf
• reinigen houtkachel: 450 euro per jaar
• klein onderhoud, smeren installatie doet pluimveehouder zelf
• as wordt volautomatisch verwijderd (ca 1 %)
• woonhuis wordt ook verwarmd
 

Rekenmodule

Meer info