Energie produceren Zonnepanelen

Zonnepanelen

Hoe werkt het?

Fotovoltaïsche systemen (PV-systemen, afkorting van het Engelse photovoltaic) produceren elektrische stroom door de instraling van de zon.

In een fotovoltaïsche zonnecel wordt licht rechtstreeks omgezet in elektriciteit. Zonnecellen zijn dunne schijfjes of laagjes met speciale elektrische eigenschappen. De hoeveelheid stroom die ze produceren hangt af van het invallende licht. Alle vormen van licht zijn bruikbaar, maar direct zonlicht levert wel de meeste energie. De panelen worden best georiënteerd tussen zuidoost en zuidwest met een helling tussen 20 à 60°.

Onderstaande tabel geeft het effect van de bewolking weer op de opbrengst aan zonlicht en dus de opbrengst van de zonnepanelen.

 

Weersomstandigheden

Globale straling [W/m2]

Diffuus deel [%]

blauwe hemel zonder wolken

600 - 1.000

10 - 20

mistig bewolkt
(zon zichtbaar als gele schijf)

200 - 400

20 - 80

zwaar bewolkt

50 - 100

80 - 100

 

Zonnecellen worden aan elkaar gekoppeld in grotere zonnepanelen (PV-modules). Daarin zitten de zonnecellen beschermd tussen een glasplaat aan de voorkant en een waterdichte kunststof folie aan de achterkant. Hier zitten dan ook meteen de kwaliteitsverschillen tussen goedkope en degelijke panelen.

 

 

 
Er bestaan verschillende types zonnecellen met een specifiek rendement:

Type

Rendement 
(van zonlicht naar elektriciteit)

Wat

Monokristallijn silicium

15-18%

Uit groot monokristal silicium

Polykristallijn silicium

14-16%

Zonnecellen worden gegoten en stollen in kristalgebieden

Dunne film (CIS, amorf, cdTeAmorf silicium

12-14%

Toegepast bij dunne laag zonnecellen (thin film)

 

De huidige zonnepanelen werken al goed genoeg: het is een robuuste en bewezen technologie met de nodige garanties. De techniek zal verder verbeteren, maar dat is geen reden om te wachten op de ultieme zonnecel. Het is nu al interessant om zelf zonnestroom te maken.

Zonnepanelen moeten ook streng getest worden om op de markt en op het dak te komen. Vraag naar de testcertificaten voor zonnepanelen, met nummer IEC 61215 of IEC 61730 voor kristallijne zonnepanelen en IEC 61646 voor dunnefilmzonnepanelen.

 

Kiest u best voor dunne film panelen of de (standaard) siliciumpanelen?

Per m² dakoppervlakte hebben dunne film zonnepanelen een rendement dat circa 20% lager ligt.  Dunne film panelen presteren dan weer beter bij hogere temperaturen Technisch is de installatie van siliciumpanelen ook eenvoudiger. Tot slot vragen dunne film panelen minder energie om ze te produceren.

 

Wat brengt het op?

 

Het nominale vermogen van een PV-systeem wordt uitgedrukt in Watt-piek (Wp) of kiloWatt-piek (kWp).

De opbrengst in kWh.

Wat is nu het verschil tussen kWh en kWp?

kWh (kilowattuur) : de hoeveelheid elektriciteit die jouw panelen produceren (meestal uitgedrukt in kWh/jaar)

kWp (kilowattpiek) : bruto vermogen van uw PV-installatie. Dit vermogen produceren de panelen onder standaard (labo) condities: bij een instralingsvermogen van 1.000W per m² en bij 25°C.  Dit vermogen hebben we in Vlaanderen ongeveer bij helder weer, waarbij de temperatuur kan variëren. Om de opbrengst in kWh op jaarbasis te weten wordt er voor België gerekend met een factor 850-900. Een installatie van 10 kWp aan zonnepanelen zal dus op jaarbasis 8.500-9.000 kWh opbrengen. Goede installaties gaan de eerste jaren zelfs nog meer kunnen opbrengen. Maar over de levensduur van de installatie is 8.500-9.000 kWh best aan te houden. Het rendement neemt immers af met de leeftijd van de panelen.

De grootte van een fotovoltaïsch systeem stemt u het best af op uw elektriciteitsverbruik overdag, eventueel vermeerderd met het elektriciteitsverbruik dat u van nacht naar dag kan verschuiven. Installaties met een omvormervermogen tot 10 kW  hebben recht op een terugdraaiende teller. Dit is echter geen verplichting. Door het gebruik van een terugdraaiende teller maakt het niet uit wanneer je verbruikt. Je maakt optimaal gebruik van je installatie, zolang de productie van je panelen op jaarbasis kleiner is dan je verbruik.  Het gebruik van de terugdraaiende teller is momenteel echter maar gegarandeerd tot 2020. Daarna komt er hoogstwaarschijnlijk een nieuw systeem.

 

Gro­tere installaties (>10 kW) hebben verplicht een meter voor aparte aanrekening van afname en injectie.

Beide systemen hebben bo­vendien een teller die alle geproduceerde elektriciteit meet, dit is de basis voor de uitbetaling van de groenestroomcerti­ficaten (GSC). Kleine installaties tot en met 10 kWp komen sinds 14 juni 2015 echter niet meer in aanmerking voor GSC. Uitgangspunt is dat een PV-installatie een gegarandeerd financieel rendement op de investering moet geven van 5%.

Als je jouw  installatie afstemt op je volledige jaarverbruik (zoals dat doorgaans in het verleden gebeurde) kun je niet voldoende energie ogenblikkelijk verbruiken en zal er dus veel elektriciteit teruggeleverd worden aan het net. Hiervoor krijg je momenteel ca 0.01 - 0.02 €/kWh.

 

Wat kost het?

 

Afhankelijk van het type bedraagt de paneeloppervlakte ongeveer 6 m² per kWp. De kostprijs van een geïnstalleerd sys­teem bedraagt maximaal € 1.250 per kWp inclusief 21% BTW

De installatie zal inkomsten genereren en kosten met zich meebrengen, afhankelijk van het type meter:

 

Terugdraaiende teller (< 10 kW)

De PV-installatie zorgt voor inkomsten door de besparing op stroomaankoop. De terugdraaiende teller is verbonden met het elektriciteitsnet. Indien u op een bepaald moment  meer zonnestroom produceert dan u kan gebruiken, wordt deze zonnestroom naar het net gestuurd. De elektriciteitsteller draait dan terug. Dit compenseert wat u hebt afgenomen op het moment dat u minder produceert dan u verbruikt (net= buffer). U bespaart dus op uw elektriciteitsfactuur. 
In het weekend draait de teller aan nachttarief terug. Stem uw systeem dus best af op uw jaarlijks dagverbruik. 
Voor de installatie van een dergelijk systeem hebt u een erkende installateur nodig. Die zal zowel de groenestroomteller plaatsen, als de melding doen aan de VREG en de  netbeheerder dat uw systeem operationeel is. Hij zal ook een aanvraag doen bij een erkende keuringsinstantie zodat uw systeem kan gekeurd worden volgens de voorschriften voor elektrische installaties (AREI).

 

 

 

Elke netgebruiker van zonnepanelen, windmolens en WKK-installaties met een vermogen kleiner dan 10 kW én terugdraaiende teller moet sinds juli 2015 een vergoeding betalen, het prosumententarief. Zij maken namelijk ook gebruik van het distributienet en dit in twee richtingen (afname en injectie). De vergoeding die u moet betalen hangt af van het netgebied van uw aansluiting en van het maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) van de installatie. Hoe groter dit vermogen, hoe meer u moet betalen voor het gebruik van het distributienet.

Wie is mijn netbeheerder? http://www.vreg.be/nl/wie-is-uw-netbeheerder 

Welk tarief moet ik betalen? www.vreg.be/nl/prosumententarief

 

 1 teller voor afname en 1 teller voor injectie (> 10 kW)

De PV-installatie zorgt voor inkomsten door de besparing van de stroomaankoop, door de GSC en door de verkoop van geïnjecteerde stroom op het net. Er worden bepaalde kosten per geïnjecteerde kWh aangerekend.

Een teller voor injectie en een teller voor afname zijn verbonden met het elektriciteitsnet. Als u op een bepaald moment  meer zonnestroom produceert dan u kan gebruiken, wordt het teveel aan elektriciteit geïnjecteerd op het net. Dit wordt met een aparte teller geregistreerd. De vergoeding hiervoor is veel lager (ca 0,02 €/kWh) dan wat u betaalt voor uw kWh aan dagtarief. Een factor 10 verschil dus. Als u op een bepaald moment minder zonnestroom produceert dan u nodig hebt, zal u stroom afnemen van het elektriciteitsnet via de teller "afname". Voor deze afgenomen kWh zal de leverancier u een factuur sturen. In tegenstelling tot het bovenstaande systeem wordt uw afname van het elektriciteitsnet dus niet gecompenseerd door een terugdraaiende teller.

Dit systeem is vooral interessant voor grote en continue elektriciteitsverbruikers (vb. varkensstallen, pluimveestallen,...) waarbij de injectie zeer beperkt is. Streven naar geen injectie betekent een zware onderdimensionering van het systeem ten opzichte van je verbruik.

Door de aangerekende injectiekosten en de meestal zeer beperkte vergoeding die de elektriciteitsleverancier u voor de geïnjecteerde stroom betaalt, is het van belang om de grootte van uw PV-systeem zo goed mogelijk af te stemmen op het verbruiksprofiel van uw bedrijf. Voor de installatie van een dergelijk systeem is vooraf een netstudieaanvraag nodig. De installatie van de meerdere tellers gebeurt door de distributienetbeheerder.

 

 

 

Reken via deze rekentool zelf uit wat zonnepanelen u kunnen opleveren.

 

Prosumentenvergoeding

Door het grote succes van onder andere zonnepanelen is er een onevenwicht ontstaan tussen de bijdragen die afnemers betalen voor het gebruik van het distributienet en de diensten die de distributienetbeheerder levert. Daarom betalen de eigenaars van grote installaties (met een omvormervermogen groter dan 10 kW) al langere tijd een injectievergoeding. Ze hebben een teller om het verbruik te meten én een teller om de injectie te meten.

In juli 2014 werd beslist dat alle afnemers, ook de zonnepaneleneigenaars met terugdraaiende teller, een vergoeding moeten betalen. Zij maken namelijk ook gebruik van het distributienet op het moment dat zij elektriciteit terug leveren aan het net en op het moment dat zij elektriciteit afnemen van het net.

Het tarief dat je moet betalen, hangt af van het netgebied van je aansluiting en van het omvormervermogen. Een grotere omvormer kan een groter vermogen injecteren op het net en hiervoor moet je meer betalen. Die aanvullende capaciteitsvergoeding om terug te kunnen leveren aan het net heet prosumententarief . Eind 2014 werden deze tarieven per netgebied goedgekeurd door de VREG.  Het prosumententarief moet betaald worden door de netgebruiker, diegene die elektriciteit verbruikt op het adres waar zonnepanelen liggen. 

 

Welke vergunningen zijn nodig?

 

De installatie van zonnepanelen moet voldoen aan heel wat wettelijke en technische regels.

In de meeste gevallen zijn geen vergunningen meer nodig, maar informeer bij twijfel zeker bij uw gemeente.  

 

Welke premies en subsidies zijn mogelijk?

 

 • VLIF-steun: Sinds 2012 is er geen VLIF-steun meer voor zonnepanelen.

• Groenestroomcertificaten: Enkel de installaties groter dan 10kW tot 250 kW én de installaties van 250 tot 750 kW komen nog in aanmerking voor groenestroomcertificaten (GSC).

• Eénmalig verhoogde investeringsaftrek
Wie zonnepanelen plaatst, heeft eveneens recht op een fiscaal voordeel onder de vorm van een éénmalige verhoogde investeringsaftrek.

Voor meer informatie aangaande de voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze 3 vormen van steunmaategelen, kan u terecht bovenaan deze Enerpedia-website bij het tabblad “subsidies”.

 

Interessante links:

 

 

Een overzicht van installateurs die aangesloten zijn bij het overkoepelende PV Vlaanderen: http://www.ode.be/zonnestroom/praktische-gids/leveranciers

Kwaliteit beoordelen: Quest is het nieuwe onafhankelijke kwaliteitscentrum voor kleine duurzame energietechnieken, waaronder fotovoltaïsche zonne-energie. Meer info op de website van Quest: http://www.energiesparen.be/groene-energie-en-wkk/quest-kwaliteitslabel

http://www.vreg.be/sites/default/files/formulieren/veelgestelde_vragen_prosumententarief.pdf