< terug naar overzicht

Einde van de groenestroomcertificaten voor zonnepanelen

Een call-systeem is een biedwedstrijd met een vooraf bepaald budget. De selectie van de projecten en toekenning van de steun gebeurt op basis van een rangschikking van de ingediende projecten. Deze rangschikking in €/MWh is gebaseerd op de verhouding van de aangevraagde steun voor het project ten op zichtte van de te verwachten energieopbrengst over de levensduur van het type-installatie (10 jaar bij windturbines of 20 jaar bij PV-installaties). Het project met de laagste verhouding krijgt als eerste steun. Daarna de 2de, 3de, … tot het budget van de call gespendeerd is.

Het budget van een call wordt verdeeld over de gerangschikte projecten, waarbij een eerste deel wordt voorbehouden voor installaties op basis van zonne-energie op marginale gronden, voor drijvende installaties op basis van zonne-energie én windprojecten. Een tweede deel van de call richt zich op overige installaties op basis van zonne-energie. Windturbines gaan dus niet in competitie met zonnepanelen op daken.

De minister wil garanties dat enkel de meest kostenefficiënte projecten gesteund worden en legt daartoe elke call een vast steunplafond op per type technologie (PV, drijvende PV, PV op marginale gronden en wind). Dit steunplafond geeft de maximale verhouding weer van de aangevraagde steun ten opzichte van de energieopbrengst over de levensduur van het project (in euro/MWh), waarvoor projecten kunnen geselecteerd worden. Projecten die een hogere steunhoogte aanvragen worden niet geselecteerd.  

Dit steunplafond bedraagt voor de eerste call 22 €/MWh voor PV-projecten en 74 €/MWh voor kleine en middelgrote windturbines. Voor drijvende PV is het maximum 3 3€/MWh. Zo wordt rekening gehouden met de hogere investeringskosten voor drijvende projecten. Het steunbedrag van 22 €/MWh over 20 jaar werd gebaseerd op de huidige groenestroomcertificaten van 44 €/MWh gedurende 10 jaar. In principe komt dit neer op dezelfde steun. Het verschil is natuurlijk dat je bij een steunaanvraag van 22 €/MWh waarschijnlijk niet weerhouden wordt, terwijl je vroeger wel gegarandeerd de steun van de GSC kreeg.

Volgend jaar ga je samen met je installateur moeten bepalen hoeveel steun je nodig hebt om de installatie rendabel te krijgen. Sommigen gaan bijvoorbeeld 20 €/MWh nodig hebben, ander gaan misschien al met 8 €/MWh toekomen. Het zal dan zo zijn dat de projecten die dan 8 €/MWh vragen, als eerste zullen kunnen genieten van de extra steun. Jammer genoeg bedraagt die subsidie dan slechts 30% van wat vandaag in 2020 nog als steun verkregen kan worden via de groenestroomcertificaten. De eerste conclusie is dan ook dat je best nog in 2020 zonnepanelen plaatst want dan ben je zeker van jouw maximale steun. Vanaf 1 januari 2021 zal deze steun beperkt of zelfs onbestaande zijn. Zonnepanelen zullen wel in 2021 ook nog rendabel zijn, met of zonder steun.

Voorlopig wordt vooropgesteld om minimaal eenmaal per 6 maanden een call te organiseren. Het is de bedoeling meerdere calls op regelmatige tijdstippen per jaar te organiseren. Voor de eerste call wordt een bedrag voorzien van 5 miljoen euro.

Bankwaarborg en vergunning noodzakelijk

Om te vermijden dat toegekende steun gedurende een zeer lange tijd moet worden geblokkeerd, wordt een maximale termijn opgelegd waarbinnen het project in dienst moet worden genomen. Deze termijn is gebaseerd op een aannemelijke termijn voor de bouw, de netaansluiting en keuring van de installatie en wordt vastgelegd op achttien maanden voor installaties op basis van zonne-energie en twee jaar voor installaties op basis van windenergie, na de notificatie van de steun. Om te grote impact bij iets laattijdige indienstname te vermijden, wordt de subsidie met 20% verminderd indien de installatie pas in het jaar volgend op de uiterste indienstnamedatum in dienst wordt genomen.

Na 18 maanden vervalt de subsidie volledig en wordt de gestelde bankwaarborg uitgewonnen.

De bankwaarborg van 7.5% van het gevraagde steunbedrag wordt uitgewonnen als het project niet voldoet aan de gestelde voorwaarden in de regelgeving of het geïnstalleerd vermogen van het project lager is dan het vermogen opgegeven in de aanvraag. Dus als je project er niet (volledig) komt, moet je een boete betalen van 7,5% van het gevraagde steunbedrag. En als het project er pas na 1 jaar komt, dan krijg je 20% minder steun. Een negatieve netstudie is één van de mogelijke redenen waarom een project uiteindelijk niet doorgaat, waarschijnlijk zal het dan ook de beste strategie zijn om vooraf al een goedgekeurde netstudie te hebben.

Anders dan in de huidige regelgeving voor de call kleine en middelgrote windturbines, wordt voorzien dat vergunningsplichtige projecten (windturbines, PV-panelen op de grond of op water …) enkel kunnen deelnemen aan de call indien ze op het moment van indienen van het subsidie-dossier beschikken over een volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag. De meeste projecten voor PV zijn overigens vrijgesteld van vergunning (vb. op daken van gebouwen).

Bij uitbreidingen van PV-installaties kan je enkel in aanmerking komen voor steun indien de uitbreiding een zelfstandige installatie is. Voor zonnepanelen betekent dit een eigen aan de installatie toebehorende omvormer, een eigen aan de installatie toebehorende productiemeting en een eigen aan de installatie toebehorend keuringsattest.

Meer info: 

Laurens Vandelannoote (laurens.vandelannoote@innovatiesteunpunt.be)

Website van de overheid: https://www.energiesparen.be/nieuws/persbericht/vlaanderen-blijft-inzetten-op-zonne-energie

< terug naar overzicht