Nieuwsoverzicht

< terug naar overzicht

Elektriciteitsverbruik tijdens melkwinning met melkrobot doorgemeten

Melkwinnen is een energie-intensief proces en een behoorlijke kostenpost. Er wordt steeds meer gemolken met een melkrobot die 24/24 operationeel is en doorlopend energie vraagt. Hooibeekhoeve en ILVO hebben het elektrisch verbruik bij een aantal robots doorgemeten om inzicht te krijgen in die energiekost. 

 

Melkwinning kost energie

Dat melkwinnen een energie-intensief proces is, hoeven we niet te herhalen. Melkwinning staat in voor 36% van het totale elektrische verbruik op het bedrijf en is daarmee een behoorlijke kostenpost. Er wordt steeds meer gemolken met een melkrobot. Aangezien de robot 24 uur op 24 operationeel is, betekent dit ook dat de robot doorlopend energie vraagt, o.a. voor de sturing. Een doormeting van het elektrisch verbruik van een aantal robots geeft inzicht in die energiekost. Dat er variatie is in energieverbruik, is geen verrassing. Enerzijds is er een verschil in bedrijfsvoering. Anderzijds is er het merk en type robot, en daar is heel wat vooruitgang geboekt de laatste jaren. Daarnaast zijn er energiebesparende maatregelen zoals toerentalregeling op de vacuümpomp of warmteterugwinning bij spoelwater die voor een extra zuinige robot kunnen zorgen.

 

Waarom een doormeting?

Koeien kunnen gemolken worden met een traditionele melkinstallatie of met een melkrobot. Melken met een robot betekent anders melken: de veehouder is minder gebonden aan de uren van het melken. Maar aangezien de robot 24 uur op 24 operationeel is, betekent dit ook dat de robot doorlopend energie vraagt, o.a. voor de sturing. Er verscheen al eerder een rapport van DLV uit 2009 waarin het vermeende hoge energiegebruik van robots aan de kaak werd gesteld . Tijd om één en ander door te meten. 

 

Hoe gingen we te werk?

Er werden verschillende bedrijven met melkrobots bezocht en het elektrisch verbruik van de melkrobot en de vacuümpomp werd gedurende een week opgemeten. Elektrisch verbruik voor de voederrobot, de warmwaterproductie, en het aansturen van het selectiehekken werd niet meegenomen tenzij anders vermeld. Een melkrobot heeft heel wat verbruiksposten, en afhankelijk van het merk robot kunnen bepaalde verbruiksposten al dan niet apart opgemeten worden. Volgende zaken werden ook genoteerd:

  • aantal melkbeurten/koe
  • aantal weigeringen
  • aantal mislukte metingen
  • instelling van de hoofdreiniging (#/dag)
  • bezettingsgraad (# koeien/robot)
  • melkproductie (kg melk)


Wat verbruikten de doorgemeten robots zoal?

Onderstaande figuur toont een typisch verloop van het elektrisch verbruik van robot en vacuümpomp gedurende de dag (Robot 2). De weergave loopt van middernacht tot middernacht. Je ziet hier heel duidelijk de pieken die samengaan met de warmwaterproductie van de hoofdreiniging, 3-maal per dag. De rode stippellijn toont het basisverbruik, nodig voor de robotsturing. De pieken tussenin zijn melkbeurten, geweigerde bezoeken, en mislukkingen. Op basis van de gegevens waarover we beschikten, konden we deze drie gebeurtenissen niet van elkaar onderscheiden. 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het dagverloop is een constante. De volgende figuur (Robot 2) toont het verloop van een hele week.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Robot 4 heeft een veel gelijkmatiger verbruik, zoals onderstaande figuur voor één dag aantoont. Het verbruik is ook hier aangegeven per 5min, uitgedrukt in Wh (niet kWh). Je merkt meteen dat het verbruik veel lager is, en dat de piekverbruiken die gepaard gaan met warmwaterproductie voor de hoofdreinging niet aanwezig zijn. Dit komt omdat bij deze robot de warmwaterproductie op een ander circuit zat. Ook bij robot 3 was dat het geval. Je kan de verbruiksdata van de 4 robots dus niet zonder meer onderling vergelijken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

In de figuren wordt het momentaan energieverbruik in een korte tijdspanne van 5min weergegeven. We hebben het verbruik omgerekend en uitgedrukt in kWh/dag, kWh/u, kWh/melkbeurt, en kostprijs per dag, per melkgift, per koe per dag, en per kg melk. Verder zijn een aantal bedrijfsparameters genoteerd om het verbruik te kaderen. Voor robot 1 en robot 2, waar de warmwaterproductie (WWP) mee werd opgemeten, hebben we het verbruik opnieuw berekend zonder deze meetpunten (grenswaarde: 0.07 kWh/5min). Dit alles is weergegeven in onderstaande tabel. De herrekende waarden voor robots 1 en 2 vind je terug in de kolommen ‘Robot 1 excl. WWP’ en ‘Robot 2 excl. WWP’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Besluit

De variatie in energieverbruik is vrij groot. Enerzijds is er een verschil in bedrijfsvoering. Anderzijds is er het merk en type robot, en daar is heel wat vooruitgang geboekt de laatste jaren. Verder is er een variatie in de opgemeten verbruikers. Robot 1 en 2 hebben een geïntegreerde warmwaterproductie, en de warmwaterproductie voor het reinigingen vraagt veel energie. Dit is ook zo bij robots 3 en 4 waar we dit deelverbruik niet hebben kunnen opmeten. Aangezien reinigen op verschillende manieren kan gebeuren (circulatiereiniging of hittereiniging) en warm water op verschillende wijze kan geproduceerd worden (elektrisch, met stoom, met of zonder warmteterugwinning, enz.), kan dit deelverbruik niet zomaar ingeschat worden. Merk op dat de variatie in kost per kg melk meer gelijkloopt wanneer de warmwaterproductie voor reiniging niet wordt meegenomen. Tot slot: warmterecuperatie van het spoelwater is zeker zinvol, wil je energie besparen!

 

Bron: Bericht op www.melkvee.nl van 24/11/2015, getiteld: Melkrobots verbruiken 50 tot 75 procent meer energie dan fabrieksopgave.

< terug naar overzicht