Nieuwsoverzicht

< terug naar overzicht

Het klimaat op dierniveau verbeteren in de pluimveestal

Een ééndagskuiken van 40 à 45 gram groeit op minder dan 6 weken tot een slachtgewicht van ca. 2,5 kg. De warmtebehoefte en vereiste ventilatie variëren in deze periode voortdurend. In de pluimveestallen beschikken we over klimaatregelaars die het stalklimaat automatisch kunnen sturen met behulp van sensoren en curves.

De grootste uitdaging voor de klimaatregeling blijft echter het sterk wisselende buitenklimaat:

-     Temperatuur: verschil dag/nacht,  verschil in temperatuur buiten t.o.v. deze in de stal

-     RV: droog versus regenachtig weer

-     Windsnelheid en -richting

Over een gans jaar bekeken is het ongeveer de helft van de tijd buiten minder dan 10 °C. Daarnaast is het verschil tussen de minimum- en maximumbuitentemperatuur (dag/nacht) in sommige periodes vrij groot. Dit zorgt ervoor dat het verschil tussen stal- en buitentemperatuur voortdurend varieert en vaak groot is. Door de variaties in buitentemperatuur, windsnelheid en –richting is het nodig om de opening van de luchtinlaat voortdurend bij te regelen.

Koude lucht heeft de neiging om naar beneden te stromen van zodra deze in de warme stal komt. In een vleeskuikenstal kan dit leiden tot tocht op dierniveau en nat strooisel door condensatie van vocht. Met de juiste afstelling van de luchtinlaat(ventielen) en de onderdruk kan je er voor zorgen dat de lucht met een voldoende hoge snelheid binnenkomt en langs het plafond tot midden in de stal komt. De koude lucht kan zich dan geleidelijk mengen met stallucht en opwarmen.

Conditioneren van de inkomende lucht

Een manier om de luchtverdeling in de stal en het stalklimaat minder afhankelijk te maken van de buitenomstandigheden is het conditioneren van de lucht. Dit kan zowel via koelen als verwarmen.

De nieuwe vleeskuikenstal op het Proefbedrijf beschikt over een conditioneringsruimte waar de lucht ter hoogte van de inlaatopening enerzijds kan gekoeld worden via een pad koeling en anderzijds kan opgewarmd worden via een centraal verwarmingssysteem met ‘twin’-verwarmingsbuizen. 

Conditioneringsruimte met regelbare luchtinlaatklep en ‘twin’-verwarmingsbuizen

Het voorbije jaar werd op het Proefbedrijf Pluimveehouderij het conditioneren van de inkomende lucht onderzocht. Bij een lage buitentemperatuur is de inkomende lucht opgewarmd tot 10 °C.
Tijdens de winter 2015-2016 hebben we het effect van het opwarmen van de inkomende lucht opgevolgd. De nieuwe vleeskippenstal beschikt over 8 afdelingen met elk 2350 dieren. Per 2 afdelingen is er een conditioneringsruimte voorzien waar de inkomende lucht eerst kan opgewarmd worden in de winter. Via inlaatventielen komt de lucht dan vanuit de gang in de afdelingen met de dieren.

Twin-verwarmingsbuizen onder de regelbare luchtinlaatklep

In 2 van de 4 conditioneringsgangen hebben we de lucht opgewarmd om het verschil tussen de staltemperatuur en buitentemperatuur te verkleinen en de variaties in temperatuur van de inkomende lucht te beperken. Hierbij is de opening van de grote luchtinlaatklep afgestemd op de ventilatiebehoefte bij de dieren.

In de andere 2 conditioneringsruimtes is de verwarming niet gebruikt en is bovendien de grote luchtinlaatklep volledig open gezet gedurende de hele ronde om zoveel mogelijk de invloed van het wisselende buitenklimaat (temperatuur, wind) te behouden.

Door de luchtinlaatklep volledig open te zetten was er bij die afdelingen geen onderdruk in de conditioneringsgang ten opzichte van buiten, terwijl er bij de andere afdelingen gestuurd is op een onderdruk van ca. 6 Pa. Bij alle afdelingen zijn de inlaatventielen tussen de gang en de dierruimte gestuurd op onderdruk waarbij een onderdruk van ca. 15 Pa aangehouden werd. Globaal was er bij de groepen waar de grote luchtinlaatklep volledig open stond minder drukverschil over het traject ‘luchtinlaat - gang - dierruimte - centraal afzuigkanaal’. In deze afdelingen is hierdoor iets meer geventileerd dan vooropgesteld, waardoor de temperatuur in deze afdelingen meer onderuit ging en er meer bijverwarmd moest worden.

Bij gebruik van de conditionering en het automatisch bijsturen van de opening van de luchtinlaatklep zagen we in de dierruimte een betere luchtverdeling. De opening van de inlaatventielen moest er minder frequent bijgestuurd worden en de verdeling van de dieren over de afdeling was er beter. Dit wijst op een beter klimaat op dierniveau, minder risico op tocht en nat strooisel door condensatie van vocht. De conditioneringsruimte vangt ook wijzigingen in windsnelheid en windrichting op en zorgt zo voor een constanter stalklimaat.

De komende jaren gaan we de conditionering van de inkomende lucht blijven opvolgen en de effecten op diergezondheid en prestaties van de dieren verder evalueren.

Besluit

Het voorverwarmen van de koude buitenlucht zorgt voor een constanter stalklimaat, omdat het luchtpatroon in de stal minder onderhevig is aan schommelingen in de buitentemperatuur.

Ook zonder bijverwarming zorgt de conditioneringsruimte reeds voor een constanter stalkimaat omdat de wijzigingen in windsnelheid en windrichting opgevangen worden.

In combinatie met een warmterecuperatiesysteem laat een conditionering toe om de energiekosten voor de verwarming sterk te verlagen. Vaak wordt hiervoor gebruik gemaakt van een warmtewisselaar.

Kris De Baere - Proefcentrum pluimveehouderij

< terug naar overzicht