Nieuwsoverzicht

< terug naar overzicht

Omschakeling naar investeringssteun voor kleinschalige vergisting

Sinds 1 januari 2018 krijgen startende kleinschalige biogasinstallaties met een geïnstalleerd vermogen tot en met 10 kWe geen steun meer via groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten. Er wordt door het VEA een overgang naar investeringssteun voorzien. Het systeem is nu enkele maanden in werking en Biogas-E stelt vast dat er nog veel vragen zijn. In dit artikel vind je een antwoord op de meestvoorkomende vragen.

Wat is de hoogte van de investeringsteun?

De hoogte van de investeringssteun bedraagt 65% van de in aanmerking komende kosten voor kleine ondernemingen, 55% van de in aanmerking komende kosten voor middelgrote ondernemingen en 45% van de kosten voor grote ondernemingen. Quasi alle landbouwbedrijven vallen onder kleine ondernemingen, namelijk ondernemingen met minder dan 50 personeelsleden. De investeringssteun is bijkomend beperkt tot 4.700 €/kWe. Voor een installatie van 10 kWe kan er dus maximaal een premie van €47.000 bekomen worden.

Wanneer ik mijn oude pocketvergister vervang door een volledig nieuwe installatie, heb ik dan recht op de investeringssteun?

Wanneer een bestaande installatie, verouderde of niet meer werkende pocketvergister vervangen wordt door een volledig nieuw exemplaar, dan valt de  pocketvergister onder de nieuwe regeling van de investeringssteun en zullen er geen certificaten meer worden toegekend. Dit geldt op voorwaarde dat alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor de werking van de installatie nieuw zijn. Met nieuw wordt bedoeld nog niet eerder gebruikt en ook niet gereviseerd. De kosten moeten worden aangetoond.

De eventuele nabehandeling van digestaat bij een biogasinstallatie hoeft niet nieuw te zijn. De nabehandeling valt immers niet binnen de grenzen van de productie-installatie, waardoor het VEA dit niet beschouwd als onderdeel van de installatie.


Kan ik de investeringssteun krijgen wanneer ik een tweedehands pocketvergister plaats?

Nee, de investeringssteun is enkel voorbestemd voor volledig nieuwe installaties.

Mijn pocketvergister is gebouwd voor 2018, maar ik ontvang nog geen certificaten. Kan ik in het systeem van de investeringssteun stappen?

Het steunkader waarin de installatie valt, wordt bepaald door de startdatum. Een startdatum voor 2018 betekent steun via groene stroom en warmtekrachtcertificaten. Een startdatum vanaf 1 januari 2018 betekent een de toekenning van investeringssteun aan installaties met een vermogen tot en met 10 kWe en steun via certificaten aan installaties met een vermogen meer dan 10 kWe.

Mijn installatie heeft geen vergunning nodig
De startdatum is gelijk aan de datum van indienstname van de installatie.

Mijn installatie heeft wel een vergunning nodig
De startdatum van de installatie is de laatste datum van:

  • Datum milieuvergunning of omgevingsvergunning
  • Datum stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning
  • Datum waarop de aanvraag voor certificaten bij VEA werd ingediend

Wanneer uw installatie (<= 10 kWe) dus een vergunning nodig heeft én de aanvraag voor certificaten bij het VEA nog niet gebeurde in 2018, zal de startdatum van de installatie vallen in 2018. In dit geval zal de installatie in het nieuwe systeem met investeringssteun vallen.

Hoe wordt de datum van indienstneming bepaald?

De startdatum van de installatie is niet altijd dezelfde datum als de datum van indienstneming. De datum van indienstneming is de datum waarop voor het eerst tegelijk warmte en elektriciteit wordt geproduceerd met die installatie. Aangezien een installatie in principe niet in werking mag treden voor de AREI-keuring valt deze doorgaans samen met de datum van de AREI-keuring (of later). Op de datum van de keuring start de uitreiking van certificaten. Indien de aanvraag voor certificaten bij VEA pas ingediend wordt meer dan één jaar na de datum van het keuringsverslag worden de certificaten uitgereikt vanaf de datum van het indienen van de aanvraag.


Kan ik de steun via VLIF[1] combineren met de investeringssteun via het VEA?

Er dient geen keuze te worden gemaakt tussen de VLIF-steun en de investeringssteun via het VEA, wel kunnen kan een installatie nooit voor een bepaald onderdeel dubbele steun ontvangen. De installatie zelf - met name de reactor, de WKK-motor en dergelijke - valt onder investeringssteun van het VEA. Het VLIF komt tussen in de randapparatuur (mestmixer, mestschuif, digestaatopslag, pumping en piping, tussenopslag van mest en de installatie van een volle vloer).

Om VLIF steun te kunnen ontvangen is een voorwaarde opgenomen dat de bedrijfsleider niet meer dan 12.000 euro netto-beroepsinkomen mag halen uit andere beroepsactiviteiten. De inkomsten via de investeringssteun worden hier echter niet onder gerekend. Bijgevolg kunnen beide steunmechanismen gecombineerd worden.


Hoe weet ik dat het beschikbare budget nog niet is opgebruikt?

Uit het Energiefonds wordt jaarlijks budget vrijgemaakt voor naar schatting 14 nieuwe pocketvergisters. Wanneer het voorziene budgets is opgebruikt kan geen steun meer worden ontvangen. Het VEA benadrukt dat het de bedoeling is elke installatie steun toe te kennen. Het VEA zal Biogas-E op de hoogte houden van het aantal ingediende aanvragen en de hoeveelheid opgebruikt budget. Wanneer het budget dreigt op te geraken zal Biogas-E via budget-barometer hierover communiceren via de website en nieuwsbrief. Voor de meest actuele stand kan steeds contact worden opgenomen via info@biogas-e.be.


Wanneer gebeurt de uitbetaling van de investeringssteun?

De aanvraag voor investeringssteun kan worden opgestart zodra de installatie gebouwd is, beschikt over een AREI keuring en alle facturen voorhanden zijn. Na indienen van de aanvraag moet een termijn van 1 tot 2 maanden bij het VEA gerekend worden voor de behandeling en goedkeuring van het dossier. Na goedkeuring volgt de betaling relatief snel. Het bedrag wordt in één schijf uitbetaald.


Als ik twee motoren plaats van elk 10 kWe, kan ik de investeringssteun dan twee maal worden toegekend?

Wanneer er twee motoren worden aangesloten op één vergistingstank, wordt dit aanzien als één installatie. Wanneer de som van de vermogens van beide motoren hoger ligt dan 10 kWe, kan de installatie geen steun krijgen via het systeem van investeringssteun, maar wel onder het certificatensysteem.

Echter, wanneer de tweede motor strikt dient als reservemotor voor periodes waarin de eerste motor stil ligt of in onderhoud is én de elektrische schakeling dit ook verzekerd, dient het vermogen van de tweede motor niet te worden meegerekend bij het totale geïnstalleerd vermogen. Dit vermogen wordt weergegeven op het AREI-keuringsverslag. De aanvrager moet dit dan ook op deze manier verklaren en bewijzen in de toelichting van de aanvraag.

Wanneer op één bedrijf twee motoren worden aangesloten op elk een aparte vergistingstank, kan de investeringssteun wel twee maal worden toegekend.

 

Mijn pocketvergister is niet aangesloten op het net, komt mijn installatie dan ook in aanmerking voor investeringssteun?

Aangesloten zijn op het net is geen voorwaarde om in aanmerking te komen voor de investeringssteun. Ook installaties in eilandwerking komen dus in aanmerking voor de nieuwe premie voor WKK-installaties tot en met 10 kW, voor zover ze aan de overige voorwaarden voldoen.

 

Ik beschik al over een WKK-motor op mijn bedrijf. Ik wens een biogasreactor te plaatsen en het geproduceerde biogas bij te mengen in mijn bestaande WKK-motor. Kan ik dan steun verkrijgen?

Wanneer het biogas benut wordt in een WKK-motor met een vermogen meer dan 10 kWe, kan geen investeringssteun worden toegekend. Ongeacht het aandeel van het vermogen dat benut wordt voor biogas. Zolang het percentage biogas minder dan 85% bedraagt, wordt de WKK als fossiele WKK beschouwd en zijn groenestroomcertificaten tevens niet van toepassing. Bovendien moet de volledige installatie - en dus ook de motor - nieuw zijn om groenestroomcertificaten te kunnen verkijgen. Wel worden warmtekrachtcertificaten toegekend voor de warmtekrachtbesparing geleverd door de WKK, die dus zowel aardgas als een beperkt aandeel biogas verbruikt.

Als de bestaande WKK-motor een startdatum vanaf 2013 heeft moet het percentage biogas minder dan 85% procent bedragen ten opzichte van de totale brandstof om blijvend recht te hebben op warmte-krachtcertificaten. Dit om binnen de grenzen van de betreffende projectcategorie te vallen. Voor een bestaande WKK met een startdatum voor 2013 is het aandeel biogas ten opzichte van de totale brandstof niet van belang, en worden er sowieso nog warmte-krachtcertificaten uitgereikt. Er worden dus in beide gevallen geen groenestroomcertificaten uitgereikt, wel warmte-krachtcertificaten. 

Let op! Het bijmengen van biogas in een fossiele WKK-motor is een wijziging die steeds moet gemeld worden aan het VEA. Ook zal een meting van de verbruikte hoeveelheid biogas moeten worden voorzien.


Hoe moet ik een aanvraag starten?

De aanvraag voor de investeringssteun verloopt via het Vlaams Energieagentschap (VEA). Het VEA stelt twee formulieren ter beschikking. Eén voor de steunaanvraag van de eigenaar van de pocketvergister en één voor de aanmelding van een bepaald type installatie. De aanmelding van een type installatie zal in de praktijk gebeuren door de fabrikant van vergistingsinstallaties. Deze aanmelding is noodzakelijk om te bepalen of dit type installatie in aanmerking komt voor investeringssteun. Zodra het type goedgekeurd is, zal deze opgenomen worden in het aanvraagformulier dat bestemd is voor de eigenaar en de lijst met goedgekeurde type installaties.
U moet over minimaal volgende gegevens beschikken om een aanvraag in te starten:

  • AREI-keuringsverslag
  • alle bewijsstukken van de totale kosten
  • het ondertekeningsformulier
  • kopie van de id-kaart van de eigenaar van de installatie

De aanvraagformulieren worden ter beschikking gesteld via energiesparen.be. Momenteel is enkel het aanvraagformulier ter beschikking voor een type installatie. Het formulier voor de eigenaar van de pocketvergister wordt binnenkort ter beschikking gesteld.

 

Waarom is de steun lager dan de steun via certificaten?

De voorgestelde investeringssteun ligt lager dan de steun die via de certificaten over 10 jaar zou toegekend worden. Dit komt onder meer omdat rekening wordt gehouden met een hogere waarde van onmiddellijk toegekende investeringssteun. Daarnaast werd de steun ook verlaagd om ruimte te creëren voor een groei van het aantal aanvragen. De aanvragers zullen ook minder administratieve kosten hebben dan in het huidige systeem waarin regelmatige rapportering vereist was. De omschakeling naar investeringssteun brengt steunzekerheid met zich mee voor de aanvrager, gezien hij de steun ontvangt op het moment van de investering.

 

Hoe moet ik een aanvraag starten?

Dit impliceert dat de aanvraag pas van start kan gaan wanneer de installatie reeds gebouwd en gekeurd is. Let op! Voor de definitieve aanvraag en voor de start van de bouw van de pocketvergister moet al een melding van de installatie gebeuren bij het VEA. Dit kan via expertbase@vea.be. Het VEA zal dan enkele basisgegevens zoals adres en dergelijke opvragen. Later zal deze melding ook mogelijk worden via de website van het VEA.

 

Heb je zelf nog een andere vraag? Neem contact op met Biogas-E via info@biogas-e.be


Bron: http://www.biogas-e.be/node/584 

Meer info over VLIF steun op http://www.biogas-e.be/kenniseninnovatie/vlifsteun 

< terug naar overzicht