nieuwsoverzicht

 


< terug naar overzicht

Ventileren tijdens bewaring van aardappelen: kan het energiezuinig(er)?

Voor de bewaring van aardappelen is per uur en per m³ aardappelen een debiet van 100 m³ lucht aangewezen. Ventilatoren moeten dit debiet kunnen produceren bij een tegendruk van 150 Pascal. Deze druk bestaat enerzijds uit een statisch en anderzijds uit een dynamisch component.
 

Dynamische druk

De dynamische druk neemt toe naarmate de luchtsnelheid groter wordt. Dit is het geval wanneer een zeker luchtdebiet in een te klein kanaal moet gerealiseerd worden. Om die reden wordt bij een vereist debiet tussen 15.000 en 30.000 m³/u meestal gerekend met een luchtsnelheid van 6 m/s aan de ingang van het kanaal. De resulterende kanaaldoorsnede is dan groot genoeg om weinig dynamische tegendruk te creëren (22 Pascal).
 

Statische druk

Statische tegendruk ontstaat als gevolg van de weerstand die lucht ondervindt door wrijving in de kanalen, door turbulentie in hoeken (verandering van richting) en bij de doortocht door de aardappelen. Aangezien de kanalen rechtlijnig zijn en de luchtsnelheid niet hoger dan 6 m/s is, valt de weerstand in de kanalen nog mee (50 Pa). Bij doortocht door de aardappelen wordt, bij een debiet van 100 m³ lucht per uur, rekening gehouden met een weerstand van ongeveer 15 Pascal per meter. Voor een storthoogte van 4 m betekent dit een statische druk van 60 Pascal. Bij veel grond in de partij en bij kieming loopt deze waarde natuurlijk op. De statische druk bedraagt normaal ongeveer 100 à 150 Pascal.
 

Totale tegendruk

De totale tegendruk (dynamisch + statisch) van aardappelen zal uiteindelijk 150 (à 200) Pascal bedragen. De tegendruk in uien bedraagt 250 (à 300) Pa. Naarmate de ventilatielucht verder in het kanaal komt neemt de totale druk af. Voor een gelijke luchtstroom in de aardappelen over de hele lengte van het kanaal, is het daarom aangewezen gelijke-drukkanalen aan te leggen. Door een verminderende doorsnede van de kanalen blijft de druk dan gelijk.
 

Karakteristieken

Elke ventilator heeft zijn karakteristieke curve waarin het verband wordt aangegeven tussen luchtopbrengst en tegendruk. Naarmate de in/uitlaat of de kanalen goed of minder goed gedimensioneerd zijn, zal de ventilator een optimaal of suboptimaal debiet produceren.
 

Energiezuinig ventileren

Omdat de ventilatie van aardappelen veel stroom vraagt, wordt er de laatste jaren meer ingezet op energiebesparing. Door verlaging van het toerental (debietregeling) kan in bepaalde situaties het verbruik teruggedrongen worden. Toerentalregeling laat ook toe dat alle ventilatoren samen opstarten en in toeren toenemen. Terugslagkleppen zijn niet nodig, de opstart vraagt de helft minder stroom en er wordt minder geluid geproduceerd.

Opgelet, tijdens de fase van het drogen is het belangrijk met een voldoende groot debiet te ventileren. Reductie van het toerental betekent vermindering van het luchtdebiet. 50% van het volledige toerental geeft 50% luchtopbrengst.

Toerentalverlaging is niet aangewezen in de fase van drogen en inkoelen. Een voldoende luchtdebiet is dan nodig. Halvering van het debiet leidt tot een verdubbeling van de draaiuren. Toerentalreductie is daarom alleen interessant in een latere fase van de bewaring (interne ventilatie, …) of in combinatie met mechanische koeling.
 

EC-ventilatoren

In het verleden waren de ventilatoren in aardappelbewaarplaatsen allemaal uitgerust met een wisselstroommotor, de AC (alternating current) of draaistroommotor. Bij driefasen draaistroommotoren (AC) wordt een constante draaisnelheid verkregen doordat de opgewekte wisselspanningen ten opzichte van elkaar 120° in fase verschoven zijn. Bij deze techniek wordt niet alle stroom effectief benut. Er ontstaat zogenaamde blindstroom die weer op het net komt. Energiebedrijven moeten deze stroom wel leveren, maar hij wordt niet benut, wat een belasting voor het netwerk is.

De afgelopen jaren deed de ventilator met gelijkstroommotor (DC) zijn intrede. DC-motoren gebruiken koolborstels voor het omkeren van de richting van de stroom om een constante richting van het draaiend koppel te verzorgen.

EC-motoren zijn gelijkstroommotoren zonder koolborstels. Het omkeren van de stroomrichting wordt op elektronische wijze uitgevoerd met behulp van een Hallsensor die de positie van de elektromagneten vaststelt: elektronische commutatie (EC). Ze zijn minder gevoelig voor slijtage, 10 à 15% zuiniger in energie (in vergelijking met andere ventilatoren bij een gelijk toerental) en produceren geen blindstroom. De toerentalregeling zit standaard ingebouwd.

 

Meer info? 

Contacteer Ilse Eeckhout, PCA

E: ie@proefcentrum-kruishoutem.be, T: 09/ 381 86 92 

 

Bron: Praktijkgids Aardappelbewaring. Constructie & bewaarproces, PCA

 

< terug naar overzicht