nieuwsoverzicht

 


< terug naar overzicht

Warmteschema's bij vleeskuikens

Een goede start voor ééndagskuikens is bepalend voor de rest van de ronde. Die goede start hangt af van een aantal cruciale factoren. Proefbedrijf Pluimveehouderij zocht naar de ideale omstandigheden. De luchttemperatuur werd als eerste parameter onderzocht om uiteindelijk energie te besparen door sneller naar een lagere luchttemperatuur te gaan. 

Basisbehoeftes van vleeskuikens

Een ééndagskuiken heeft nood aan water, voer, licht, zuurstof en warmte. Deze laatste parameter is samengesteld uit zes belangrijke onderdelen: de luchttemperatuur (afhankelijk van de luchtsnelheid), de strooiseltemperatuur, de vloertemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, het strooiselmateriaal en de dikte van de strooisellaag.

Wat zijn de richtlijnen bij vleeskuikens?

Aviagen (2018) en Cobb (2016) hebben in hun management voor vleeskuikens onderstaande adviezen opgenomen voor de luchttemperatuur tijdens de ronde.

Tabel 1: Aviagen (2018) en Cobb (2016) richtlijnen
Tabel 1 - vleeskuikens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een veelgebruikt schema in de praktijk is terug te vinden op het klimaatplatform van de WUR.

Tabel 2: advies klimaat

Tabel 2 - vleeskuikens

 

 

 

 

 

 

 


Adviezen in tabel 2 gelden voor een stal met:

  1. mechanische ventilatie
  2. luchtinlaat via ventielen in zijgevels
  3. traploos regelbare ventilatoren (eindgevel of dak) en grote ventilatoren in eindgevel
  4. gesloten verwarmingssysteem (warmwater of afvoer rookgassen naar buiten)


Voorgestelde schema’s om uit te testen

Op het Proefbedrijf Pluimveehouderij is gekeken of de luchttemperatuur sneller naar beneden gehaald kan worden tijdens de ronde. Voorwaarde was het behoud van een correcte manier van voorverwarming na reinigen en ontsmetten. Gevolgd door instrooien bij een volledig droog oppervlak en vervolgens het optrekken van de temperatuur 24 tot 48 u voor de opzet, afhankelijk van het seizoen.

Sinds 24 april 2018, zijn op deze manier vijf vleeskuikenrondes opgezet. De dieren zijn telkens gehuisvest in stallen met nokventilatie. Binnen de compartimenten werd er tussen de verschillende rondes afwisselend gewerkt met een hogere (= controle) of lagere luchttemperatuur (= test). De manier van instrooien, het type strooisel en de hoeveelheid strooisel, 1.5 kg stropulver per m2, werd gelijk gehouden.

In figuur 1 zijn de temperaratuurschema’s weergegeven die in de eerste drie proefrondes gebruikt zijn. Figuur 2 geeft de curves weer voor de drie volgende rondes. In deze rondes is een lagere instelwaarde voor de verwarming vooropgesteld.

Figuur 1: Ronde 1 (26/04/2018), Ronde 2 (21/06/2018) en Ronde 3 (16/08/2018)

Figuur 1 - vleeskuikens
















Figuur 2: Ronde 4 (11/10/2018), Ronde 5 (06/12/2018) en Ronde 6(24/01/2018)

Figuur 2 - vleeskuikens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

T1 hoog = T verwarming gekoppeld aan de streefwaarde van de stal; offset = 0
T1 hoog = T begin ventilatie offset van +1°C op de streefwaarde temperatuur van de stal
T2 laag = T verwarming gekoppeld aan 'EXTRA TEMP'; offset: 0,0°C
T2 laag = T begin ventilatie offset van +1,0°C t.o.v. de streefwaarde temperatuur van de stal


Wat zijn de parameters die we willen vergelijken?

Na het afronden van de zes rondes, is het de bedoeling om volgende productieparameters per schema te vergelijken: het gemiddeld eindgewicht, de gemiddelde dagelijkse groei, de gemiddelde dagelijkse voeropname en de voederconversie.

Naast productieparameters wil het Proefbedrijf Pluimveehouderij kijken hoe de uitval zich verhoudt. Dit zowel op vlak van natuurlijke sterfte als selectie. Binnen de selectie willen ze speciaal aandacht besteden aan die dieren die uitgeselecteerd werden met een infectie op gewrichten, luchtzakken en/of hartzakje waarbij Enterococcen species de oorzaak van infectie zijn.

Bijkomend is er aandacht voor het dierwelzijn zoals hak- en voetzoollaesies, borstbevuiling en reinheid van de dieren. Sterk gelinkt hieraan is de strooiselkwaliteit. Naast de kwaliteit telt ook het aantal kubieke meter mest die afgezet wordt bij hogere of lagere temperatuur.

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij wil met dit onderzoek nagaan of en hoeveel energie bespaard kan worden door sneller over te schakelen naar een lagere luchttemperatuur.

Meer info

Iris Van Dosselaer
Proefbedrijf Pluimveehouderij
Iris.VanDosselaer@provincieantwerpen.be

 


< terug naar overzicht