Wat brengt pocketvergisting op?

Rendabiliteit

De rendabiliteit van een installatie varieert per bedrijf en hangt af van verschillende factoren.

 

  • Installatiegrootte: de keuze tussen ≤ 10 kW of > 10 kW hangt grotendeels af van het dieraantal en dus ook de hoeveelheid mest die je kan vergisten, samen met het biogaspotentieel van die mest (en dus de versheid). De meeste pocketboeren die installaties hebben vanaf 20 kW, zitten al snel met minstens 120 koeien. Grotere installaties vanaf 20 kW zijn vaak gekoppeld aan meer dan 120 koeien.
  • Steunmaatregelen: de installatiegrootte beïnvloedt het type steun dat ontvangen kan worden, wat de rendabiliteit beïnvloedt. Kleine installaties ≤ 10 kW ontvangen geen certificatensteun.
  • Zelfconsumptie: dit is vooral belangrijk voor installaties ≤ 10 kW zonder certificatensteun. Aangezien installaties kleiner of gelijk aan 10 kW geen certificatensteun ontvangen en niet langer gebruik kunnen maken van de terugdraaiende teller, is het beter om zoveel mogelijk van de geproduceerde energie gelijktijdig te kunnen gebruiken. Het is rendabel als 84% van geproduceerde elektriciteit gelijktijdig wordt gebruikt, met melksysteem en zonnepanelen als bepalende factoren.
  • Warmtebenutting: een WKK produceert uit biogas meer warmte dan elektriciteit. De restwarmte kan worden gebruikt voor onder meer het voorverwarmen van spoelwater en het verwarmen van ruimtes.
  • Middenspanningscabine: de aanwezigheid van zo'n cabine verlaagt aanzienlijk de prijs van aangekochte elektriciteit, wat de rendabiliteit positief beïnvloedt.

Jaarlijkse uitgaven

  • Beheer en advies. Wanneer de biogasinstallatie niet werkt volgens je verwachtingen, kan het soms nuttig zijn advies in te winnen bij derden. Zo kan bijvoorbeeld een biogaslabo analyses uitvoeren op het digestaat. De resultaten kunnen je inzicht geven in de werking van je biogasinstallatie. Je rekent best op ca. € 1000/jaar.
  • Onderhoudskosten. De actieve kool en motorolie van je biogasinstallatie moeten periodiek worden vervangen. Ook eventuele kapotte onderdelen van de installatie brengen kosten met zich mee. De onderhoudskosten kunnen sterk variëren van installatie tot installatie. De leverancier van de biogasinstallatie werkt vaak met een onderhoudscontract. Indien mogelijk, reken je best met het bedrag vermeld op dit onderhoudscontract.
  • Injectietarieven voor stroom op het net. Je netbeheerder rekent een jaarlijkse vaste kost alsook een tarief per kWh aan voor de stroom die je injecteert op het net. Deze kosten voor de injectie van jouw stroom op het net kunnen oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar. De exacte tarieven kan je opvragen bij je netbeheerder. Opzoeken wie je netbeheerder is, kan via www.vreg.be/uw-netbeheerder.
  • Prosumententarief (enkel installaties tot en met 10 kWel). Installaties die gebruik maken van het principe van de terugdraaiende teller, moeten een prosumententarief betalen. Het prosumententarief wordt aangerekend per geïnstalleerde kW elektrisch vermogen en per jaar en bedraagt tussen de € 72,29 en € 105,94 per kWel (2020), afhankelijk van het netgebied. Een biogasinstallatie van 10 kWel in het Imewo-netgebied betaalt bijvoorbeeld € 86,55 x 10 kWel = € 865,50 prosumententarief in het jaar 2020. De prosumententarieven worden jaarlijks herzien.
  • Personeelskost. Het beheren van de biogasinstallatie vraagt tijd. Op basis van feedback van bestaande kleinschalige biogasinstallaties op landbouwbedrijven, vraagt de installatie gemiddeld ½ uur per dag of ongeveer 180 uur per jaar.

Steunmaatregelen

Er zijn twee types steun: enerzijds operationele steun die je op regelmatige basis ontvangt en anderzijds investeringssteun die eenmalig (bv. bij het begin van het project) wordt uitbetaald.
  • Certificatensteun

    Als je installatie een vermogen heeft groter dan 10 kW kan je een beroep doen op warmte-krachtcertificaten (WKC) en groenestroomcertificaten (GSC). 
    Het investeringsjaar en de efficiëntie van de motor bepalen mee het bedrag dat je ontvangt. Zowel groenestroom- als warmte-krachtcertificaten kan je aanvragen bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).

  • VEKA-investeringssteun (voor micro-WKK ≤ 10 kW)

    Installaties met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kW krijgen bij aankoop van een nieuwe installatie een eenmalige steun. De maximumsteun bedraagt €4.700 euro/kWel. Ook deze steun vraag je aan bij VEKA.

  • VLIF-investeringssteun

    VLIF-investeringssteun is er voornamelijk voor randinfrastructuur als je een pocketvergister installeert. Zo kan je 40% steun bekomen voor de reactor, de tussentijdse mestopslag, mixer, pompen en piping, digestaatopslag, verse mestafvoer (vloersysteem en/of mestschuif en/of mestrobot), … Jonge landbouwers kunnen 10% extra steun bekomen.
    Daarnaast is er sinds 2023 ook een 'claim pocketvergisting' die enkele investeringen gerelateerd aan pocketvergisting een hogere selectiekans geeft, alsook een extra steunpercentage van 5%.

  • Verhoogde investeringsaftrek

    De verhoogde investeringsaftrek is een aftrek op de belastbare winst en geldt voor alle landbouwbedrijven (ook nijverheid en handel) bestuurd door een natuurlijke of rechtspersoon. Voor energiebesparende investeringen kan die aftrek worden verhoogd.

     

    Opgelet: voor kleine vennootschappen en kmo’s kan de algemene investeringsaftrek van investeringen sommige jaren groter zijn dan die van energiebesparende maatregelen.   

Waar vind je meer info?

Lees hier verder over de verschillende steunmaatregelen. Het is belangrijk deze steun tijdig aan te vragen in dien ze voor jou van toepassing is!

Schrijf je in op de nieuwsbrief van Enerpedia.